Waar kies je voor: bolwerken of netwerken?

matrix-1013611_960_720Heeft de recente economische crisis onze vernieuwingsgezindheid geprikkeld? Zijn we aan de slag gegaan met een nieuw verdienmodel? Of hebben we het bestaande en bewezen model iets opgepoetst? In welke kringen bewegen wij ons? Betalen we nog contributie aan ouderwetse bolwerken of investeren we in vernieuwende netwerken? Zoeken we houvast bij oude vertrouwde vermeende zekerheden of richten we ons op nieuwe uitdagende mogelijkheden? Zijn bewezen successen ook garanties voor de toekomst?

Het is voor ondernemende bouwprofessionals niet eenvoudig om hierop antwoord te geven. Om in deze turbulente tijd voor het eigen bedrijf een goede koers uit te stippelen. Is het goed te rade te gaan bij mensen, die er meer van weten. Die een beter inzicht hebben. Die de trends voorspellen. Goeroes zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen noemen zichzelf transitie-deskundigen. Friskijkers of kanteldenkers.

Transitiegeleerden weten het mooi te brengen

Een transitie-professor schetst in grote lijnen hoe de tijden veranderen. Hij wijst erop dat we niet in een tijdperk van veranderingen leven, maar een verandering van tijdperk meemaken. Een ingrijpende transitie, vergelijkbaar met de industriële revolutie. Dat zou dan leiden tot een ‘Samenleving 3.0’, waarin minder verticaal, minder structureel en minder efficiënt wordt gedacht en gewerkt. In het nieuwe tijdperk gaat het meer om digitale dimensies, nieuwe samenlevingsverbanden en zingeving. Iedereen wil daarbij het verschil maken, maar je moet er ook niet aan denken wat er gebeurd als dat zover komt.

Sprekend voorbeeld van een transitieprofessor is Jan Rotmans, die aan de Erasmus Universiteit verbonden is. Een kenmerkend optreden van hem is te zien op de website. Rotmans hekelt het economische topsectorenbeleid en ziet zijn transitie-inzichten opdoemen in meerdere sectoren. Ook in de bouwbranche signaleert hij een pril begin van het transitie-denken. Al wordt de sector nog steeds beheerst door vaststaande normen en een bestaande cultuur.

Een professor bevindt zich in een redelijk riante positie, waarin hij vrij gemakkelijk allerlei vergezichten kan plaatsen. Ondernemers dragen risico en voelen de gevolgen van hun beslissingen direct in eigen portemonnee. Zij kunnen inspiratie opdoen bij friskijkers en dwarsdenkers, maar zullen een eigen afweging maken over de mate waarin zij deze baanbrekende inzichten volgen. Dat vraagt durf en lef. Als er sprake is van een verandering van tijdperk, dan zal dat vooral uit initiatieven van ondernemers blijken. Die zijn er volop, in allerlei branches. Ook de bouwsector kent vernieuwende spelers, die voor een doorbraak zorgen. Ze leveren geen bouwwerk, maar woongenot. Geen kantoorruimte, maar werkbeleving. Geen zorgcomplexen, maar hospitality en gezondmakende gebouwen.

Strategische vernieuwing vraagt structurele wijzigingen

Als we met onze onderneming een nieuwe richting inslaan, heeft dat gevolgen voor alle facetten van het bedrijf. De ingeslagen richting is bepalend voor wat er verder gebeurt. Dan gaat het niet meer om een bouwproduct, maar om het bouwproces. Niet om de laagste prijs, maar om de beste oplossing. Niet meer om het eigen deelbelang, maar om het gezamenlijk belang om de eindklant te ontzorgen. Deze nieuwe blikrichting brengt ook nieuwe relaties mee. Dan zijn er geen onderaannemers meer, maar bouwpartners. Die komen doorgaans uit andere sectoren en branches. Daar gaan we dan open en transparant mee om. Daarmee ontwikkelen we gezamenlijk een nieuw verdienmodel.

Als we zo in het bedrijfsleven staan is er ook behoefte aan andere kennis en kennissen. Die vind je niet meer bij de traditionele brancheorganisaties, maar veel meer bij vernieuwende netwerken. Dan gaan we niet meer te rade bij belangenbehartigers, maar steken we ons licht op bij ideeënleveranciers. Als we op een vernieuwende manier aan de slag gaan, kunnen we niet meer uit de voeten met de traditionele wijze waarop het bedrijfsleven georganiseerd is. Brancheorganisaties verliezen hun relevantie; netwerkorganisaties nemen in belang toe. In een Cobouw-artikel in april 2011 heb ik het verschil tussen traditionele bolwerken en eigentijdse netwerken verder aangeduid. Geïnteresseerden kunnen het artikel hier lezen.

Met wie je omgaat, word je besmet
Innovatieve ondernemers zoeken contacten in andere sectoren om tot integrale marktconcepten te komen.

Innovatieve ondernemers zoeken contacten in andere sectoren om tot integrale marktconcepten te komen.

In de recente crisis hebben traditionele bolwerken zich herpakt. Er zijn pittige discussies gevoerd over de hoogte van de contributie en de relevantie van het dienstenpakket. Instituties als Fundeon en Arbouw hebben het onderspit gedelfd. Op 1 juli 2016 start Volandis, het nieuwe kennis- en adviescentrum voor duurzame inzetbaarheid in de bouw- en infrasector. Bij Bouwend Nederland zijn leden opgestapt en weer teruggekomen. De personele bezetting en de huisvesting zijn aangepast aan de nieuwe omstandigheden.

Bolwerken proberen zich te transformeren naar netwerken, maar slagen daar maar mondjesmaat in. Syntens en de oude Kamers van Koophandel zijn opgedoekt en de nieuwe Kamers van Koophandel zijn als een phoenix uit de as herrezen. Ondertussen dienen nieuwe netwerken zich aan, die met veel succes vernieuwende ondernemers aan zich weten te binden.

Is er veel veranderd? Voor de economische crisis was er vanuit de bolwerken een heftig verzet tegen de netwerken. Als we een verandering kunnen waarnemen, is het wel die waarin we zien dat de bolwerken nu de netwerken omarmen. Zij willen zich maar al te graag afficheren als de plaats waar ook vernieuwende marktpartijen zich thuis kunnen voelen. Ondertussen bestaat mede daardoor voor nieuwe netwerken het risico dat ze uitgroeien tot bolwerken. Netwerken krijgen in een volgend stadium van hun ontwikkeling te maken met dezelfde bedreigingen en zwakten, waarmee de al langer bestaande bolwerken te maken hebben.

In de huidige periode is het interessant om te zien dat bolwerken op netwerken willen gaan lijken en dat netwerken zich lijken te ontwikkelen tot nieuwe bolwerken. Uiteindelijk zal dit leiden tot een samensmelting van beide samenwerkingsvormen. Ondernemers hebben geen tijd om zowel in bolwerken als in netwerken actief te zijn en geen geld om beide vormen te ondersteunen. Traditionele ondernemers voelen zich thuis bij brancheorganisaties, die de bestaande belangen behartigen. Vernieuwende ondernemers zoeken aansluiting bij eigentijdse netwerkorganisaties, waarin ze geprikkeld worden om innovatieve ambities om te zetten tot ondernemerssucces. Ook deze transitie kent winnaars en verliezers.


Over de auteur: Piet M. Oskam

Piet M. Oskam, oprichter/directeur Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom (CIB) in Zeist. Boegbeeld van vernieuwing in de bouwsector. Sterke visie op de voordelen en gevolgen van procesintegratie voor marktpartijen in de gehele bouwkolom. Kiest positie en laat de gevestigde orde op de grondvesten trillen. Loopt niet weg voor weerstanden en bezwaren. Typische ondernemer met een eigenzinnige kijk op vernieuwing. Loopt voor de muziek uit, maar weet dat anderen achter deze muziek aankomen. Initiator van baanbrekende bouwconcepten, waarvan vele marktpartijen uit alle schakels van de bouwkolom de vruchten plukken. Piet M. Oskam is een gedreven en bevlogen spreker over innovatieve thema’s en staat garant voor een boeiende interactie met de toehoorders en deelnemers aan bijeenkomsten. Treedt op verzoek op bij bouworganisaties en vastgoedsociëteiten met spraakmakende presentaties. In talrijke tijdschriftpublicaties heeft hij vele facetten van het bouwproces belicht. Oskam is vaste columnist van het dagblad Cobouw. Ook in boeken heeft Oskam blijk gegeven van zijn inzicht in innovatieve bouwprocessen. In 2009 verscheen van hem bij de Regieraad Bouw ‘Bouwen is het creëren van kansen’ en in 2011 publiceerde Sdu Academic Service van hem ‘Bouwen met vertrouwen’. Vanaf de start levert hij inhoudsvolle bijdragen aan BouwKennisBlog.

Geef een reactie