Reverse engineering

Waarom komt de opschaling van de verduurzaming zo moeizaam uit de startblokken? Er zijn mondjesmaat duurzame voorbeelden te zien, terwijl iedereen er druk mee is. We maken wel plannen en bespreken wat we gaan doen. We maken ons druk of we het afgesproken doel van 20% reductie wel halen, terwijl de rechter al heeft bepaald dat het 5% meer moet zijn. Over 10 jaar moeten we op 49% reductie zitten. Dus hoog tijd voor keuzes om een grote stap te maken.

Bewonersperspectief

Als we kijken vanuit het perspectief van de eigenaar-bewoner, dan heeft die op dit moment niets te kiezen. Er is geen renovatieaanbod, behoudens enkele losse producten zoals kozijn of dakkapel.  Je hebt als consument geen keuze en het wordt je ook niet duidelijk wat er wel of niet mogelijk is om je woning te verbeteren. Doordat de eigenaar-bewoner het niet weet komt hij niet in actie. Daarom zien we op straat dus ook geen inspirerende voorbeelden van woningen die verduurzaamd zijn, waardoor we zelf getriggerd worden om tot actie over te gaan. Maar doordat er geen voorbeelden zijn, beschikken we ook niet over resultaten van de effecten van verduurzaming. Wat is nu de daadwerkelijke energiebesparing, hoeveel comfort levert het op en wat waren de benodigde kosten daarvoor. Die kennis is niet op grote schaal aanwezig, waardoor er ook geen vertrouwen is dat de duurzame renovatie een efficiënte maatregel is. Niet voor wat betreft kosten, niet voor wat betreft CO2 besparing, maar ook niet wat betreft comfort of kwaliteit. Dit gebrek aan vertrouwen zorgt ervoor dat er voor de renovatie ook geen geld beschikbaar wordt gesteld door banken en instellingen. Zeg nu zelf, wie gaat geld stoppen in een verandering als je niet precies weet wat je kunt verwachten. En dit gebrek aan geld betekent dat mensen niet gaan kijken, er ontstaat daarmee dan geen extra vraag. Dus logisch dat er geen aanbod is. En daarmee is de cirkel weer rond.

Financieel perspectief

En wat gebeurt er als we het van de andere kant bekijken; de banken en financiële instellingen. Er is voldoende geld voor handen om te investeren. Maar zij hebben keuze uit een breed scala aan investeringsmogelijkheden, en waar op baseer je dan je keuze? Investeren in de bestaande woningvoorraad vraagt om een hoge totaal investering, maar het betreft veel kleine leningen. Dan is het voor een instelling makkelijker om in een keer een grote investering te doen in plaats van vele kleine. Bovendien zijn er markten waar het risico lager ligt. Die markten zijn vanuit financieel oogpunt veel interessanter zijn om te investeren dan de verduurzaming van de voorraad. Dus eigenlijk kunnen we wel stellen dat vanuit het investeringsperspectief de bestaande voorraad op dit moment een te onzekere markt is.

De klok tikt

Maar wat dan? Nederland heeft het Parijs akkoord ondertekend. De teller is gezet en de klok telt af richting 2050. Als we niet gaan veranderen dan realiseren we zo nu en dan een CO2-neutrale -woning, en dan is dat het. Geen grote opschaling, geen CO2 neutraliteit. Maar er ligt een maatschappelijke opgave, eentje die we niet kunnen ontkennen.  Wordt het dan echt een ‘chicken’ race. Consument en financiële instanties koersen recht op elkaar af. Maar wie durft als eerste uit te wijken? Wie durft als eerste, ondanks het gebrek aan vertrouwen tot actie over te gaan?

Dus wat zou er gebeuren als we het vertrouwen wel zichtbaar kunnen maken! Dat we aan de hand van voorbeelden kunnen laten zien wat de daadwerkelijke effecten zijn van duurzame renovatie. Als dat betekent dat het vertrouwen er is, dan zou dat investeerders aan kunnen trekken. En dat vertrouwen hoeft niet eens ver weg gezocht te worden. Consumenten hebben het geld al, ze geven het alleen aan de verkeerde bedrijven. Het wordt nu nog aan de energiemaatschappij betaald. Maar dit geld kan ook als aflossing op de duurzame investering worden gebruikt. Daarmee heb je het betalingsrisico ondervangen. Dus alles valt of staat met vertrouwen.

Laten we achteraan beginnen. Zorgen dat er vertrouwen ontstaat in renovatie oplossingen. Als dat vertrouwen er is, kunnen investeerders op de markt komen. En laten we met die investeerders die morgen willen beginnen samenwerken aan oplossingen voor de toekomst. Dan is niet alleen de cirkel weer rond, maar hebben we er ook allemaal iets mee gewonnen.


Over de auteur: Haico van Nunen

Haico van Nunen is als adviseur werkzaam bij BouwhulpGroep. De bestaande bouw is hierbij het werkterrein, van individuele woning tot gehele voorraad, van proces tot aan techniek. Daarnaast is hij Lector aan de Hogeschool Rotterdam met als onderzoekslijn 'Duurzame Renovatie' . Het thema duurzaamheid is de rode draad in dit alles. Aan de ene kant gaat dat in op energie en energiegebruik aan de andere kant gaat het daarbij ook over materialen. Maar alles vanuit het perspectief van de gebruiker. (https://www.hogeschoolrotterdam.nl/globalassets/documenten/onderzoek/projecten/kc-dhs/ol_haico-van-nunen.pdf) In zijn proefschrift ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building’ wordt levensduur als een van de belangrijkste aspecten omschreven om duurzaamheid van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken. Dit is uitgewerkt onder de noemer levensduur-denken met als boodschap dat woningen lang mee gaan en dat er gedurende de levensduur van de woning ingrepen nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. In het onderling afstemmen van deze ingrepen (onderhoud, woningverbetering en energiebesparing), ligt de uitdaging van de bestaande bouw verscholen. Hoe kunnen we dit slim, efficiënt en met kwaliteit realiseren?

Geef een reactie