Restwarmte uit afvalverwerking verduurzaamt de lokale warmtevoorziening, nu en straks

Steeds meer organisaties en gemeenten kiezen voor een aardgasvrije warmtevoorziening. Daarbij kan restwarmte uit afvalverwerking een belangrijke rol spelen. In Arnhem en Nijmegen geven toonaangevende projecten een indruk van de nieuwe mogelijkheden en actuele uitdagingen.

‘Het is mooi om te zien dat het gft-afval uit de regio terugkomt als groen gas voor bussen en andere voertuigen, en dat het restafval transformeert tot warmte en elektriciteit voor bedrijven en woningen’, vertelt Bart de Bruin, directeur van afvalbeheerder Dar in Nijmegen. ‘Samen met de omliggende gemeenten streven we ernaar om zoveel mogelijk afval gescheiden in te zamelen. Als we dat goed doen, dan kan een groot deel ervan weer als grondstof worden gebruikt. Uiteindelijk houden we dan nog maar een kleine hoeveelheid restafval over, die in de Afvalverbranding Regio Nijmegen (ARN) wordt verbrand. Door aan te sluiten op het warmtenet, gebruiken we zelfs het restafval nog nuttig.’

Van aardgasvrij naar circulair

Het hoofdkantoor van Dar is dankzij de aansluiting op het warmtenet sinds het najaar van 2019 volledig aardgasvrij, en realiseert een CO2-besparing van zo’n 70 procent ten opzichte van een gasgestookte cv-installatie.

Volgens Harrie van der Wielen, businessmanager bij Vattenfall Heat, ontstaat door de aansluiting van Dar zelfs een circulaire warmtelevering, waarin reststoffen in een gesloten systeem een nieuwe bestemming krijgen als grondstof voor een ander proces.

Verschillende partijen in de regio Nijmegen werken nauw samen aan verduurzaming van het netwerk dat de circulaire warmte mogelijk maakt. Het warmtenet in Nijmegen wordt gevoed door de ARN, dat eigendom is van tien omliggende gemeenten. De ARN geeft de restwarmte van het verbrandingsproces door aan een warmtenet dat in beheer is van Indigo, een dochteronderneming van Alliander, die de gas- en elektranetten in de regio beheert. Aan het eindpunt van het Indigo-warmtenet is het warmtenet van Vattenfall gekoppeld, dat de warmte aflevert bij onder andere Dar. Daarmee krijgen de gebouwen van Dar warmte dankzij het afval dat het bedrijf zelf inzamelt.

Van der Wielen vertelt dat de netwerken volop in ontwikkeling zijn. ‘De ARN heeft voldoende capaciteit om ook nieuwe aansluitingen van warmte te voorzien. Als energieleverancier zijn we daarnaast altijd op zoek naar nieuwe duurzame bronnen die we aan het warmtenet kunnen koppelen.’ Met deze strategie wil Vattenfall binnen één generatie fossielvrij leven mogelijk maken.

Uitbreiding van het warmtenet

In Nijmegen staat de uitbreiding van het lokale warmtenet al stevig op de agenda. Om in 2045 volledig van het aardgas afgesloten te zijn, wil Nijmegen de komende jaren het warmtenet verder uitrollen in de stad. Zo’n 70.000 tot 80.000 woningen zullen gebruik gaan maken van stadswarmte. De eerste uitbreiding zal naar de wijk Zwanenveld in stadsdeel Dukenburg zijn.

Om de grootschalige uitbreiding te realiseren, worden naast de ARN meerdere andere bronnen toegevoegd. Daarvoor kijkt de gemeente naar ultradiepe geothermie, thermische energie uit oppervlaktewater, thermische energie uit afvalwater en biomassa. Naast deze plannen verkent Vattenfall momenteel samen met de gemeente de kansen om panden tussen het station en het Keizer Karelplein aan te sluiten op stadswarmte. Ook het NS-station en de stadsschouwburg overwegen een overstap naar aardgasvrij verwarmen met restwarmte.

Sleutelrol voor restwarmte

Net als in Nijmegen speelt ook in Arnhem restwarmte uit de afvalverwerkende industrie een sleutelrol in het duurzamer en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het warmtenet van Vattenfall, dat warmte levert in Arnhem, Westervoort en Duiven, wordt gevoed met restwarmte afkomstig van afvalverwerker AVR in Duiven. Om hun duurzaamheidsambities in de praktijk te brengen, kiezen steeds meer woningcorporaties voor deze stadswarmte.

In de wijk Immerloo hebben de corporaties Vivare en Volkshuisvesting het gasgestookte cv-systeem van zes sociale huurflats vervangen door een aansluiting op stadswarmte. ‘Het collectieve verwarmingssysteem was niet per se aan vervanging toe, maar de wens om te verduurzamen was wel heel sterk aanwezig’, vertelt Femke Steenbergen, projectleider vastgoed bij Vivare. De verduurzaming die Vivare uitvoert, bestaat verder uit het isoleren van het dak en de gevels, het vervangen van de radiatoren door een efficiënter type, en het plaatsen van zonnepanelen. Om de flats in Immerloo aan te sluiten, breidde Vattenfall het bestaande warmtenet met 1,8 kilometer uit.

Energiebesparing als uitdaging

Volgens Steenbergen was een belangrijk principe voor de overstap naar stadsverwarming dat huurders geen hogere kosten zouden hebben. ‘Per gigajoule betaalt de huurder hetzelfde als voorheen. We willen huurders bovendien helpen om te besparen op de energierekening. Dat doen we bijvoorbeeld door voorlichting over energieverbruik te geven en nieuwe thermostaten ter beschikking te stellen. Omdat de flats collectief zijn aangesloten, hebben de woningen namelijk geen klokthermostaat. Verder wijzen we de bewoners erop dat de isolatiemaatregelen tot meer comfort leiden en ze daardoor dus minder hard hoeven te stoken.’

Volgens Steenbergen ligt hier nog wel een uitdaging. ‘Veel bewoners zijn werkloos of zitten in de schuldsanering, dus kijken hoe je minder energie verbruikt staat vanzelf niet bovenaan het lijstje. Terwijl je met een lagere energierekening natuurlijk meer financiële ruimte krijgt. Hier liggen naar mijn idee dan ook genoeg kansen, bijvoorbeeld om als wijkteam hierop te sturen.’

Groeien in duurzaamheid

Met de overstap naar stadswarmte besparen de woningcorporaties en hun huurders in Arnhem ruim 80 procent in CO2-uitstoot in vergelijking met gasgestookte HR-ketels. Van der Wielen wijst erop dat de hoge CO2-besparing samenhangt met een speciale (TCI-)installatie in Duiven. Daarmee produceert AVR een kalkhoudend bindmiddel, dat wordt gebruikt voor bijvoorbeeld cement, van oude papiervezels. Vattenfall wil in de toekomst ook andere duurzame warmtebronnen op het warmtenet invoeden. De biomassacentrale van Veolia (op industrieterrein Kleefsewaard in Arnhem) is inmiddels aangesloten.

Volgens Steenbergen blijft verdere verduurzaming van warmtenetten een belangrijk aandachtspunt. ‘Je ziet ook dat het aanbod aan oplossingen continu in ontwikkeling is. Een aantal jaren geleden, toen we de open geisers in deze flats vervingen voor gesloten geisers, was de optie elektrische geisers nog helemaal niet aan de orde. Voor het warmtenet zien we in de nabije toekomst dan ook zeker mogelijkheden voor nieuwe, duurzame bronnen.’


Geef een reactie