Product Informatie Management, PIM PAM PETTEN in de bouw:

BIM BAM BOOM: van BIM naar PIM of van 3D naar 7D…

Noem een afkorting in de bouw met daarin de letters I en M…
In een Bouwproject, maar ook daarna is veel verschillende informatie benodigd. Informatie over het project: wie doet wat en wanneer moet het klaar om de volgende partij aan de slag te kunnen laten gaan. Informatie over het bouwwerk: wat zijn de eisen, hoe worden die ingevuld, past alles, welke materialen gaan er in, waar komen die vandaan en wat kosten ze. En na het project: hoe gaat het gebouw onderhouden worden en wat moet wanneer vervangen worden. Hoeveel vierkante meter kunnen er verhuurd worden en hoeveel glas moet er gewassen worden. En daarover heen stelt de wet nog eens eisen aan de informatie die beschikbaar moet zijn om de kwaliteit te bewijzen. Een kleine greep aan wat er allemaal gevraagd wordt aan de partijen die gezamenlijk een bouwwerk bedenken, ontwerpen, realiseren, opleveren en beheren. Digitalisering maakt dit enerzijds allemaal een stuk eenvoudiger, maar aan de andere kant is dit niet zomaar gesneden koek voor de gemiddelde bouwer. Product Informatie Management wordt hierin steeds relevanter als randvoorwaarde in zowel in BIM 3D (het model) als in 4D (planning), 5D (estimating), 6D (sustainability) en 7D (facility management). Waarom, hoe past dat dan in het grote geheel en waar moet je hierbij aan denken?

BIM

BIM (3D) begint inmiddels steeds meer gemeengoed te worden. Natuurlijk heb je net als “corona ontkenners” ook “BIM ontkenners”, maar er zijn steeds minder vingers aan steeds minder handen nodig om die te tellen. De ontwikkeling van tekentafel, naar CAD tekeningen tot het 3d modelleren en goed organiseren van alle data is aardig op gang gekomen de laatste jaren. Als je BIM definieert volgens het ruimere begrip van Bouwwerk Informatie Management, is een aantal onderdelen te onderkennen. Vanuit Amerika is het acroniem BIM BAM BOOM gekomen. ‘Bim Bam Boom’ is een term die regelmatig terugkomt en eigenlijk de essentie van BIM probeert te omschrijven. Volgens experts is BIM slechts een eerste stap naar de toekomst van de bouwwereld en moeten er nog twee andere acroniemen aan gekoppeld worden om een idee te geven hoe de industrie er inmiddels uitziet.

Het begint uiteraard allemaal met BIM: de ontwerper onderzoekt verschillende driedimensionale opties en varianten binnen het ontwerp en communiceert deze naar alle andere partijen. Ook een eerste idee over de kostprijs wordt hier bepaald.

BAM (4D, 5D)

Nadat de bouwaanvraag is ingediend en de werken zijn aanbesteed, is het de aannemer die zich over het model zal ontfermen. Dan gaat het niet meer over BIM, maar over BAM: ‘Building Assembly Modelling’. De informatie die de aannemer toevoegt aan het model, bevat geen nieuwe ontwerpvoorstellen. Het zijn allemaal praktische zaken in verband met de montage op de werf en de uitvoering. BAM biedt betere mogelijkheden in verband met planning, reduceert werfkosten, verbetert de logistiek en opslag op de bouwplaats, enzovoort.

BOOM (6D, 7D)

Na de oplevering komt het gebouw in de BOOM-fase: ‘Building Operation Optimisation Model.’ Zoals de naam impliceert, gaat het hier over het verbeteren en optimaliseren van het gebruik van het gebouw. Het is met andere woorden de taak van de gebouwbeheerder om erop toe te zien dat hij het gebouw na oplevering op de juiste manier gebruikt en met de hulp van het BOOM-model kan hij veel kosten besparen. Energieverbruik, verschillende soorten onderhoud,… Allemaal zijn het posten waar in de toekomst serieus op bespaard kan worden door de exploitant van een gebouw.

Het is hierbij belangrijk om te zien hoe deze drie verschillende fases zich ten opzichte van elkaar verhouden. Over de hele levensduur van een gebouw bekeken, zijn de ontwerpkosten slechts een minimale fractie van de totale kosten. Voor elke euro die gestoken wordt in de ontwerpfase, gaan er twintig euro naar de constructie en maar liefst zestig euro naar het beheer en onderhoud van een gebouw. Zo wordt al snel duidelijk dat de ‘BOOM-fase’ voor enorme potentiële winsten staat, indien de gebouwbeheerder het model goed gebruikt. Het kan ook een motivatie zijn om bepaalde extra investeringen uit te voeren bij het ontwerpen en/of de uitvoering, indien dit bijvoorbeeld een besparing in de beheerskosten oplevert

En PIM dan?

Wat hebben al deze fasen gemeen met elkaar? Welke informatie is in al deze fasen essentieel? Juist: PIM! En dan niet PIM zoals bedoeld in de ISO 19650 (daar wordt namelijk Project Informatie Management bedoeld), maar PIM volgens de definitie van Product Informatie Management. In onderstaand kader wordt deze definitie verder uitgewerkt.

Product Information Management (PIM), ook wel Product Content Management (PCM) genoemd richt zich op het ondersteunen van het verkoopproces door het geven van productinformatie. Deze informatie volgt de levenscyclus (ontwikkelproces) van het product en kan via verschillende media worden aangeboden, zoals een website of gedrukte catalogus. PIM heeft in zijn functie raakvlakken met Product Data Management en Supply Chain Management. Het verschil zit hierbij met name in de detaillering van de aangeboden informatie en de ontwikkelstatus van het product.

Volgens de definitie vanuit de softwarekant wordt “een” PIM gedefinieerd als: Een PIM is een softwareoplossing die retailers, groothandels en fabrikanten helpt om hun producten centraal te beheren. Het biedt een “single point of truth” van het product. Het is de plek om gegevens over productinhoud te verzamelen, optimaliseren en verspreiden.

Verdere uitleg op basis van deze definitie luidt: Binnen een PIM is het mogelijk om complexe producten op een efficiënte manier te beheren. Bedrijven introduceren producten die bestaan uit een groot aantal combinaties of variatiemogelijkheden. De uitdaging is om deze assets efficiënt te beheren en vervolgens te kunnen communiceren naar verschillende outputkanalen. Met een PIM doet u dit op een eenvoudige en eenduidige manier. Een ander belangrijk thema binnen e-commerce zijn relaties en afhankelijkheden tussen producten. Relaties tussen bijvoorbeeld reserve- of vervangende onderdelen, opties, accessoires, etc. kunnen eenvoudig worden onderhouden en weergegeven binnen een PIM-systeem.

PIM in de gebouwde omgeving wordt steeds relevanter. Tot voor kort was de grote uitdaging om alle relevante in formatie voor groothandels, bestekschrijvers, architecten en afnemers op een gestructureerde wijze vast te leggen, zodanig dat de diverse databases, websites en catalogi ermee overweg konden en de gebruikers snel toegang hadden tot uw informatie. Het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium van het ontwerp proces. De discussie ging voornamelijk over standaarden. Op welke wijze, volgens welke classificatie moest de product informatie worden weergegeven en in welke databases of platforms moest de data vervolgens worden aangeboden. Deze discussie op zich is voor iedereen die zich bezig houdt met product informatie zeer herkenbaar en zelfs nu nog is hierover niet altijd duidelijkheid. In het onderstaande kader is deze discussie -voor de liefhebber- zo kort mogelijk samengevat.

Diverse classificatie standaards

In de bouw was en is een aantal instituten bezig met Product Informatie en helaas leidde dit niet altijd tot eenduidigheid ober te hanteren standaarden. Zo had en heeft STABU een standaard op basis van de klassieke STABU indeling die als uitgangspunt het specificeren van bouwwerken heeft. Alle relevante technische en juridische informatie over een product stonden geüniformeerd en gestandaardiseerd beschreven.

Daarna kwam ETIM, de standaard in de installatietechnische sector, oorspronkelijk bedoeld voor het kunnen bestellen van producten bij de groothandel. Helaas hebben ETIM en STABU nooit goed op elkaar aangesloten en nog steeds is een vertaling enkel mogelijk op basis van andere classificaties zoals NL/SfB, de verouderde, enkel nog in Nederland gebruikte, maar inmiddels sinds enkele jaren in Nederland opnieuw bestempeld als dé classificatie waarmee iedereen werkt.

De NL/SfB is, volgens de definitie op de website van het BIM Loket, een classificatie van bouwdelen en installaties (‘elementen’ genoemd). In de bouw- en installatiebranche wordt deze standaard veel toegepast bij het ontwerpen, realiseren en beheren van gebouwen. NL/SfB wordt al jarenlang gebruikt om lagen en objecten te coderen in BIM en CAD-systemen en om informatie van leveranciers van bouwproducten te ordenen. Ook wordt de codering gebruikt in (NEN-)normen voor onder andere bouwkostenbegrotingen en conditiemeting van gebouwen en installaties. NL/SfB kent een lange historie en heeft zijn wortels in het analoge tijdperk. In het verleden zijn door een gebrek aan actueel beheer verschillende NL/SfB dialecten ontstaan. Om deze verwarring weg te nemen heeft het BIM Loket samen met STABU een update gemaakt, waarin ook de installatie sector beter tot zijn recht komt.

Een andere classificatie, die ook wordt gebruikt om andere classifiaties aan elkaar te kunnen linken is de Building Smart Data Dictionary. Volgens de website van Building Smart luidt de definitie hiervan:  De buildingSMART Data Dictionary (bSDD) is een online service die classificaties en hun eigenschappen, toegestane waarden, eenheden en vertalingen host. De bSDD maakt het mogelijk om alle inhoud in de database te koppelen. Het biedt een gestandaardiseerde workflow om datakwaliteit en informatieconsistentie te garanderen. BIM-modelleurs gebruiken de bSDD om gemakkelijk en efficiënt toegang te krijgen tot allerlei standaarden om hun model te verrijken. BIM-managers gebruiken de bSDD om BIM-gegevens op geldigheid te controleren. Gevorderde gebruikers gebruiken de inhoud van de bSDD om naleving te controleren, automatisch vervaardigde producten te vinden, IFC uit te breiden, Information Delivery Specificaties (IDS) te creëren en nog veel meer. Naast nationale classificatiesystemen (Omniclass, Minnnd, etc) en toepassingsspecifieke standaarden (ETIM, UniversalTypes, IfcAirport, etc.) kunnen ook projectspecifieke en bedrijfsspecifieke standaarden worden opgeslagen in bSDD. De interne structuur kan ISO 12006-3, ISO 23386/7 en Linked Data publicaties vergemakkelijken.

Tot slot wordt er al jaren gewerkt om te komen tot een soort Nederlandse variant op de BSDD; de Concepten Bibliotheek Nederland (CBNL). Volgens het BIM loket is de definitie hiervan: CB-NL, de Nederlandse Conceptenbibliotheek voor de gebouwde omgeving, is een overkoepelende standaard in ontwikkeling. Het wordt geen nieuwe producten- of objectenbibliotheek, maar een digitale, semantische bibliotheek. Deze bevat uniformerende definities en kan vertaalslagen maken tussen andere standaarden. Een goedwerkende CB-NL zal BIM-processen tussen bouwdisciplines en -partijen aanzienlijk versnellen. CB-NL wordt gratis toegankelijk via internet. CB-NL legt via beschrijvingen verbindingen tussen de standaarden, normen, objecten en producten van bestaande bibliotheken. Hij bevat een verzameling taaldefinities van objecten en ruimtes. Deze zijn gebaseerd op bronnen van RAW, STABU, NEN, IMGeo, ETIM en Rioned. Zo zorgt de CB-NL voor uniformiteit in bestaande standaarden, normen en object- en productbibliotheken.

Onduidelijkheid en gebrek aan regie

Het moge duidelijk zijn dat voor de vele fabrikanten en toeleveranciers in de bouw, alsmede de groothandels en bouw- en installatiebedrijven de duidelijkheid ver te zoeken was. Wat resulteerde in vele databases die ieder volgens hun eigen classificaties data opslaan en beschikbaar stellen voor diverse doeleinden. Branche organisaties als STABU en 2BA, maar ook commerciële organisaties als Zeeboer, IB Groep en Bouwconnect van de Twee Snoeken hebben ieder hun eigen platform met bijbehorende databases. Momenteel gooit ETIM met ETIM/MC en de UOB hoge ogen als het gaat om adoptie in de markt. Vele pogingen om orde te scheppen in de chaos en zelfs regie door het BIM Loket hebben nog niet geleid tot échte succesvolle afspraken. De fabrikanten en toeleveranciers hebben hierdoor veel extra werk te verrichten en ook de kosten om de data iedere keer weer in andere formats om te zetten en aan te bieden zijn een doorn in het oog. De vele PIM software aanbieders proberen deze uitdaging te ondersteunen door de product informatie op diverse manier beschikbaar te maken.

Mede door de steeds verdere adoptie van BIM en diverse andere ontwikkelingen die digitaal uitwisselen van bouwwerk informatie steeds beter mogelijk maken is de urgentie van goede product data steeds hoger. In het ontwerp proces, tijdens de realisatiefase onder andere om de supplychain te optimaliseren, maar ook om in te spelen op circulariteit, te voldoen aan rapportage verplichtingen richting opdrachtgever en vanwege wettelijke verplichtingen rond de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. De behoefte aan de juiste productdata in alle fasen gedurende de levenscyclus van een bouwwerk, komt dus nu ook vanuit andere doelstellingen. De ontwikkelingen zoals hierboven genoemd vragen om de juiste combinatie van data en one singlepoint of truth, gekoppeld aan BIM objecten, Programma’s van Eisen (PvE), activiteiten en certificaten.

Waar moet je rekening mee houden bij PIM?
Gebruik van standaarden en eigenaarschap van de data

Volgens welke standaarden product data het beste kan plaatsvinden, waar en hoe e.e.a. geregeld is met het eigenaarschap van deze data en de rol van de groothandel in deze, zijn de uitdagingen waar de sector voor nu staat. De opdrachtgevers Nemen hier steeds meer een leidende rol in. Al jaren zijn er pogingen om de diverse partijen in de bouwsector (fabrikanten, leveranciers, groothandels, ontwerpers, bouwers en installateurs, opdrachtgevers, beheerders en facilitair managers) meer te laten samenwerken en dit soort uitdagingen op te lossen. Helaas hebben de uiteenlopende belangen en de weerstand tegen verandering in de sector er telkens weer voor gezorgd dat er geen resultaten werden behaald. De regie bleef ontbreken. Uiteindelijk hebben trajecten als PSI Bouw, Informatiehuis Bouw, De Bouwcampus, Gemeenschappelijke product databases, Digitale stelsels en de Bouwagenda uiteindelijk wel geleid tot de huidige Digideal. Onder aansturing van een Bouw Digitaliserings Raad en een Digiteam, waarin opdrachtgevers en opdrachtnemers uit de diverse sectoren binnen de bouwnijverheid zijn verenigd, wordt een Digitaal Stelsel voor de Gebouwde omgeving (DSGO) uitgerold. Maak vooral gebruik van de afspraken over zaken als standaards en eigenaarschap die hier gemaakt worden. Dat zorgt ervoor dat iedereen dezelfde taal spreekt en dat belangen de samenwerking op gebied van (product)data uitwisseling tegenwerken.

Houdt rekening met ontwikkelingen in de sector

Wegens uitblijven van snelheid en om de vele belangen die er spelen te omzeilen zijn er inmiddels ook vele commerciële initiatieven die het mogelijk maken dat data op gebied van GIS, BIM, PIM en vele andere bronnen naadloos met elkaar gedeeld kunnen worden. Hierbij is te denken aan de vele BIM Platformen zoals BIM360 en de vendor eigen varianten hierop, maar ook Vastgoedmanagement- of collaboratie platformen zoals BIM-Link, Luxs, Dalux etc, die bovendien ook allen qua functionaliteit nog eens naar elkaar toegroeien. Het probleem bij dit soort commerciële initiatieven is altijd de angst voor vendor lock-ins. Daarom worden deze platformen steeds meer open en zijn ze ook onderling al met elkaar te koppelen. Oplossingen lijken dus reeds operationeel te zijn! Maak hier dus ook gebruik van en onderzoek welke van de reeds bestaande oplossingen het beste bij je past!

De toekomst van PIM

Terug naar PIM…

Product informatie is dus één van de meest relevante onderdelen van BIM (én BAM én BOOM). De uitdagingen zijn groot, maar het aanbod van oplossingen voor het managen van de product data, wordt ook steeds groter. Maar hoe hieruit een keuze te maken? Welke classificatie standaarden gebruik je, waar sla je je data op, hoe wissel je je data uit met anderen en via welke platforms stel je je data beschikbaar. Maar ook, welke informatie over je producten zijn relevant voor wie? Welke eisen worden gesteld aan jouw product data. Allemaal vragen die relevant zijn bij de wijze waarop je je PIM inricht.

Contakt Consulting is dé partij die hierbij de helpende hand bied. Zowel in de vorm van advies als in de vorm van een geautomatiseerde tool die helpt bij het selecteren van de juiste software oplossing. Meer weten? Bezoek dan het PIM Kennis event op 18 november a.s. Meer hierover leest u op de Contakt-website en op de social media.

Over de auteur: Marc Verhage

Marc Verhage werkte tot de zomer van 2018 5,5 jaar bij STABU als Algemeen Directeur. Namens STABU was hij ondermeer medeoprichter en bestuurslid bij het BIM Loket. Na een korte periode bij een jonge onderneming die BIM modelleer diensten levert, werkt hij nu bij Contakt Consulting. Contakt is een adviesbureau dat reeds 20 jaar succesvol is in de retail en sinds een paar jaar ook in de bouwsector. Contakt biedt haar diensten aan rondom digitalisering van organisaties en processen. Zo is Contakt ondermeer betrokken bij de Digideal en het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving (DSGO), bij de implementatie van de Wet Kwaliteitsborging voor de Bouw (WKB) bij de VNG en bij het opzetten van het Centraal Register Techniek (waaronder het “vakpaspoort” valt). Marc Verhage is sinds hij in de bouwsector actief is geworden, zo’n 8 jaar geleden, betrokken bij nieuwe manieren van samenwerken in de bouw zoals Lean Bouwen en BIM. Hij heeft bij een installateur gewerkt, bij een liftenbedrijf, STABU en nu bij Contakt. Daarvoor werkte hij achtereenvolgens als marineofficier, bij KPN en bij diverse consultancybedrijven in de ICT en Telecom. Bij Contakt is Marc verantwoordelijk voor business development en is hij actief als consultant bij diverse klanten in de sector waaronder ICOP die het product “BriefBuilder” op de markt aanbiedt. BriefBuilder is hét tool om (programma van ) eisen vast te leggen, te verifiëren en te beheren. Marc schrijft blogs over diverse onderwerpen in de sector, maar altijd met verandering als centraal thema.

Geef een reactie