Nu is het moment!

Om ervoor te zorgen dat er in 2050 genoeg te eten is en er voor iedereen noodzakelijke goederen zoals kleding en apparaten zijn, moet onze economie circulair worden. Als directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB) vertegenwoordigt Peter Fraanje de Nederlandse bouwindustrie en probeert hij de bouw duurzamer te maken. In het kader van het programma ‘Nederland circulair in 2050‘ vertelt Fraanje in dit interview hoe hij zich beweegt tussen de verschillende werelden die er bestaan. “Naar buiten toe vertegenwoordig ik de producenten en leveranciers van bouwmaterialen. Tegelijkertijd stimuleer en ondersteun ik de ondernemers om duurzaam te produceren en maak ik ze enthousiast over de circulaire bouweconomie.”

Blijven nadenken

Duurzaamheid en circulariteit zijn volgens Fraanje met elkaar verbonden. “Circulariteit is onderdeel van duurzaamheid.” Circulair bouwen definieert Fraanje als ‘het op zodanige manier bouwen dat het hele bouwwerk, of bouwdelen ervan herbruikbaar en de materialen en grondstoffen recyclebaar zijn’. “In de definitie is bouwen een verzamelnaam voor verbouwen, renoveren en slopen.” Fraanje merkt op dat het merendeel van de grondstoffen die worden toegepast ruim voorhanden is. “Soms zijn gebruikte materialen vervuild met schadelijke bestanddelen of kost het veel energie om gebruikte materialen weer op te werken tot een geschikt bouwproduct. De levenscyclusanalyse (LCA) is een goed hulpmiddel om de meest duurzame strategie te bepalen. Deze LCA-data worden gebruikt in de Nationale Milieudatabase en dienen als input voor de Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

Niet iedereen staat er bij stil dat veel primaire grondstoffen voor de bouw vrijkomen als bijproduct van waterveiligheid en natuurontwikkeling. Er komen grote hoeveelheden grind en zand vrij uit de projecten in het kader van Ruimte voor Rivieren. Kleiwinning kan heel goed worden gecombineerd met natuurontwikkeling: aangetoond is dat de biodiversiteit toeneemt. Gesleep met grondstoffen kan veel emissies met zich meebrengen. Dan span je het paard achter de wagen. Circulair denken gaat ons helpen, maar je moet altijd blijven nadenken: ‘wat is de meest duurzame optie?’”

Input voor de agenda

“De aandacht voor hergebruik van bouwmaterialen is niet nieuw. In de jaren zeventig waren ‘ekologiese’ bouwers en architecten al in de ban van de (k)ring. We kennen ecodesign al sinds de jaren 80.” Fraanje heeft eind jaren negentig gepubliceerd over cascadegebruik van biobased materialen zoals hout. “Door te cascaderen kunnen materialen veel langer in gebruik blijven. Ruim tien jaar geleden waren diverse producenten actief in het project Kringbouw en meer recentelijk stond het materiaalgebruik opnieuw in de schijnwerpers dankzij de Cradle-to-cradle’ filosofie.” Fraanje benadrukt dat er veel mooie circulaire projecten zijn gerealiseerd. Als voorbeeld noemt Fraanje het havengebouw in Terneuzen dat voor een belangrijk deel uit secundaire materialen is opgetrokken, waaronder gevelbekleding gemaakt van oude meerpalen. “Juist dit gebouw wordt vanwege uitbreiding van de sluis momenteel gedemonteerd. De materialen worden ‘geoogst’ en hebben al weer een volgende bestemming gekregen. De uitdaging nu is om circulair bouwen aantrekkelijk te maken zodat kan worden opgeschaald. Er zijn heel veel goede bedoelingen, maar er is tot op heden zelden een sluitend businessmodel.

Alleen voor antieke bouwmaterialen is een goed functionerende markt. Arbeid is schaars en duur, grondstoffen zijn in de bouw over het algemeen relatief goedkoop.” Fraanje weet met zijn ervaring welke maatregelen op de agenda zoden aan de dijk zetten en welke niet. “Wat werkt, zijn financiële incentives. Zorg dat het aantrekkelijk is om bouwmaterialen opnieuw te gebruiken, bijvoorbeeld door een laag BTW tarief in te stellen voor tweedekans-materialen. Duurzaam en circulair aanbesteden of uitvragen door de overheid kan ook goed werken. Het is een misverstand dat bedrijven een hekel hebben aan regelgeving. Ondernemers willen een gelijk speelveld bij aanbestedingen en continuïteit in beleid.” Officieel moeten alle overheden al duurzaam aanbesteden; in de praktijk gaat het helaas toch nog vaak over de laagste prijs. Fraanje noemt de overgang naar de biobased economy nog als apart aandachtspunt. Net als in de energiewereld kunnen ook een aantal fossiele grondstoffen worden verruild voor nagroeibare/biobased stoffen. Zo is er een isolatieschuim ontwikkeld uit biogrondstoffen.

Voorkeursmaten

Fraanje probeert de verschillende knoppen voor de circulaire bouweconomie in de juiste stand te zetten. Eén van die knoppen gaat over maatvoering. “De toeleverende bouwindustrie kan samen met bouwers en architecten werken aan slimme voorkeursmaten. Slimme standaardisering kan een geweldige boost geven aan circulariteit: ‘je kunt complete bouwdelen opnieuw gebruiken dankzij de courante maatvoering’. Een voorbeeld van een handige standaardmaat is die van keukenkastjes: ‘het gros is 60 centimeter breed’. Het grote misverstand m.b.t. standaardisering is dat het creativiteit en ontwerpvrijheid beknot. Met een paar verschillende legoblokjes kan je heel veel variëren. Dat moet je in je achterhoofd houden met standaardisering en industrialisering.

Met slim gekozen voorkeursmaten kun je modulair en industrieel gaan bouwen en kunnen circulaire producten optimaal worden ingezet.”

Urban Mining

Wat Fraanje betreft is een diepgaande inventarisatie van de bestaande gebouwvoorraad één van de eerste acties op de transitieagenda. “We hebben een grote voorraadkast, maar we weten alleen globaal wat erin zit. Voor een optimale circulaire bouweconomie wil je specifiek weten welke bouwproducten met welke maten je op voorraad hebt. Je kunt de hele bouw beschouwen als een groot ecosysteem met een in- en uitstroom. Een kozijnfabrikant kan bijvoorbeeld geïnteresseerd zijn in woningen uit de jaren 70 waar meranti, een houtsoort, van hoge kwaliteit in gebruikt is. Om de circulaire economie op gang te krijgen zou je makkelijk te weten moeten komen welke materialen en producten er vrij komen uit sloop en renovatie. In de VS is er een levendige handel in salvaged wood, hout uit oude gebouwen. Urban mining is in dit geval aantrekkelijk vanwege de hoge kwaliteit van het oude hout en de grote maten van de balken. Met een goede inventarisatie en een slimme digitale database kan circulair bouwen echt tot wasdom komen.”

Nu opschalen

Fraanje probeert in het transitieteam onder de aandacht te brengen dat er veel natuurlijke momenten zijn om daadwerkelijk circulair te bouwen. We kunnen vandaag al circulair nieuw bouwen steeds meer producenten en bouwers leveren of verhuren verplaatsbare woningen. Slopen wordt demonteren en bij renoveren kun je vrijgekomen materialen en producten opnieuw gebruiken, al dan niet in hetzelfde project. “De bouwindustrie is er klaar voor!”

Meer weten over het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’, de transitieagenda’s en het Transitieteam Circulaire BouwEconomie? Kijk dan op www.circulaireeconomienederland.nl. Wilt u zelf aan de slag met Circulair bouwen? Ga dan naar www.rvo.nl/circulair-bouwen.


Over de auteur: Peter Fraanje

Peter Fraanje, directeur van het Nederlands Verbond Toelevering Bouw (NVTB), vertegenwoordigt de Nederlandse bouwindustrie. Als aannemerszoon groeide Fraanje met de bouw op. Hij promoveerde in 1998 aan de Universiteit van Amsterdam op duurzaam en biobased bouwen en met die achtergrond probeert Fraanje de bouw duurzamer te maken. Hierin beweegt hij zich tussen de verschillende werelden die er bestaan. “Naar buiten toe vertegenwoordig ik de producenten en leveranciers van bouwmaterialen. Tegelijkertijd stimuleer en ondersteun ik de ondernemers om duurzaam te produceren en maak ik ze enthousiast over de circulaire bouweconomie.”


Laatste blogs:

    Geef een reactie