Motor voor verduurzaming

Als corporatie sta je voor een uitdagende opgave. Het is je taak om mensen goed en betaalbaar te huisvesten, en daar richt je je bedrijfsstructuur op in. Maar aan de andere kant ziet de overheid je als HET grote voorbeeld om de verduurzaming vlot te trekken. Immers met corporaties kun je afspraken over grote aantallen maken, en de afspraken die je maakt zijn met professionals, dus je kunt samen direct aan de slag. Je wordt geacht het beste jongetje van de klas te zijn en tegelijkertijd je medeleerlingen mee op sleeptouw te nemen. En dat alles omdat je een grote club bent en weet hoe het moet.

Verwachtingen

Maar is dat wel je taak? De meeste corporaties werken vanuit een cyclische gedachte. Ze hebben allemaal een meerjarenonderhoudsplanning, en dat zijn de momenten waarop je iets gaat aan de woning gaat doen. Over het algemeen staat er al geld gereserveerd, in ieder geval voor onderhoud. En als we goed kijken naar de praktijk dan zien we ook dat elke 30 jaar er een grote ingreep plaats vindt. Bijgaande figuur laat de werkelijke periode tussen renovaties zien voor zes projecten. En als we dat als uitgangspunt aannemen, dan betekent dit dus dat elk corporatie complex eens in de dertig jaar een grotere ingreep ondergaat. Daarmee zouden de corporaties net voor 2050 al hun huidige bezit nogmaals onderhanden hebben gehad. Niets aan de hand dus, de doelstellingen moeten behaald kunnen worden. Daarbij moeten we wel de kanttekening maken dat de stappen die de corporaties gaan maken voldoende groot moeten zijn. Groter dan de planning in ieder geval. Waarbij het de vraag is of de keuze open blijft om op component niveau de MJOP te volgen (en dus stap voor stap te werken), gezien de urgentie om van het gas af te gaan.

 

Planning bekend

De belangrijkste boodschap is dat corporaties een eigen dynamiek van woningonderhoud en verbetering hebben. Het is dan maar ook de vraag of die voorbeeldrol (motor) van de verduurzaming wel bij de corporatie moet komen te liggen. Je vraagt ze om af te stappen van hun cyclisch model en om bepaalde ingrepen naar voren te trekken en eerder uit te voeren dan gepland. Is dat dan wel zo duurzaam? Bovendien wordt hier ook nog het volledig aanpakken van woningen gepromoot, waarbij niet één component vroegtijdig vervangen wordt, maar meerdere componenten. Vanuit materiaal gebruik is dat beslist geen duurzame aanpak.
Er zijn natuurlijk complexen die het komende jaar, of desnoods volgend jaar op de planning staan voor onderhoud. Die woningen moeten we ook zeer zeker verbeteren. Dat zijn echter geplande projecten. Door nu lukraak wijken aan te wijzen om van het gas af te gaan en de corporatie complexen in die wijk daar verplicht in mee te nemen, past niet in de structuur en planning van die corporaties. Je kunt zeggen dat dit bij
een transitie hoort, maar bekijk het eens van de andere kant. Als je als eigenaar bewoner gepland hebt om over 10 jaar de kozijnen te vervangen, dan zit je er ook niet op te wachten dat iemand voor jou beslist dat je komend jaar al je kozijnen moet vervangen. En dat is eigenlijk wel wat die corporaties toegedicht krijgen.

Motor
Bovendien verwachten we misschien wel teveel van de corporatie als motor voor de particuliere markt en moeten we op zoek naar een andere motor. Onze ervaring is dat het renoveren voor particulieren een heel andere tak van sport is dan het renoveren voor corporaties De schaal is anders en je hebt met een consument te maken in plaats van met een professionele opdrachtgever. Naar mijn mening moeten er meer pilotprogramma’s opgestart worden voor particulieren. Voorbeelden dicht bij huis en in herkenbare woningen. Dat zal meer effect hebben dan corporaties met zand in hun motor de voortrekkersrol te laten vervullen.


Over de auteur: Haico van Nunen

Haico van Nunen is als adviseur werkzaam bij BouwhulpGroep. De bestaande bouw is hierbij het werkterrein, van individuele woning tot gehele voorraad, van proces tot aan techniek. Daarnaast is hij Lector aan de Hogeschool Rotterdam met als onderzoekslijn 'Duurzame Renovatie' . Het thema duurzaamheid is de rode draad in dit alles. Aan de ene kant gaat dat in op energie en energiegebruik aan de andere kant gaat het daarbij ook over materialen. Maar alles vanuit het perspectief van de gebruiker. (https://www.hogeschoolrotterdam.nl/globalassets/documenten/onderzoek/projecten/kc-dhs/ol_haico-van-nunen.pdf) In zijn proefschrift ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building’ wordt levensduur als een van de belangrijkste aspecten omschreven om duurzaamheid van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken. Dit is uitgewerkt onder de noemer levensduur-denken met als boodschap dat woningen lang mee gaan en dat er gedurende de levensduur van de woning ingrepen nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. In het onderling afstemmen van deze ingrepen (onderhoud, woningverbetering en energiebesparing), ligt de uitdaging van de bestaande bouw verscholen. Hoe kunnen we dit slim, efficiënt en met kwaliteit realiseren?

Geef een reactie