Maakt notaloos lui?

BankHet denken over energie-nota-loze gebouwen heeft een grote vlucht genomen. Als de voortekenen niet liegen is de bouwsector binnen afzienbare tijd in staat om op grote schaal woningen en gebouwen neer te zetten die niet alleen in hun eigen energiebehoefte voorzien, maar ook de energievraag van de gebruiker dekken. Per saldo staat aan het eind van het jaar de energiemeter dan op ‘nul’. Dat lijkt een wenkend perspectief. Maar is er niet een keerzijde? De prikkel aan de gebruiker om te besparen is dan toch verdwenen? Vanuit dat perspectief gezien maakt een energie-nul-gebouw de gebruiker lui en zal het een rem betekenen op innovatie. Of ligt het genuanceerder?  

Alle nieuwbouw in Europa moet in 2020 bestaan uit (bijna) energieneutrale gebouwen. Grofweg komt dat neer op een EPC van (bijna) 0. De definitie in het kort: een energieneutraal gebouw voorziet op jaarbasis in zijn eigen energiebehoefte voor verwarming, koeling, tapwater, ventilatie en verlichting; de gebouwgebonden energievraag is dan neutraal. Maar de energievraag van de eindgebruiker blijft daarbij buiten beschouwing. De neutraliteit betreft dus wel de c.v., maar bijvoorbeeld niet de wasmachine, de stoomoven en de talloze opladers thuis en de printer, server en koffieautomaat op kantoor.

Energie-nota-loze gebouwen en woningen

Op veel plaatsen in de bouwkolom wordt gewerkt aan gebouwen en woningen die energie-nota-loos zijn. Dat zijn concepten die niet alleen kijken naar de gebouwgebonden energie, maar ook naar de gebruiker. Deze concepten leveren op jaarbasis een ‘0’ op de meter op, of een energienota van ‘0’, of er is zelfs geen sprake meer van de traditionele energienota: ‘nota-loos’ dus. Dan maakt de energiebehoefte van de gebruiker nadrukkelijk wel deel uit van het concept. Even los van de technische uitdagingen en de juridische voetangels en klemmen levert het concept nieuwe perspectieven op voor zowel de bouwsector (want wie wil dergelijke gebouwen nu niet) als de eindgebruiker (gratis energie). En bij dat laatste zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen. Want nu lijkt de prikkel te verdwijnen om als gebruiker energiezuinig te zijn: gebruik gerust, we wekken het toch zelf op. Dat maakt de gebruiker lui en lijkt een premie op verspilling.

Het risico is nu om deze kwestie filosofisch te gaan uitspitten en bijvoorbeeld een vergelijking te maken tussen een verspillend ‘joi de vivre’, waartoe dit concept lijkt uit te nodigen en onze op calvinistische lees geschoeide ‘zuinig aan’ mentaliteit. Of het werpt de vraag op of gratis energie nog wel waardevol is. Maar dat laat ik graag aan echte denkers over. Het gaat mij om het punt dat energie, hoe overvloedig ook, nooit ‘gratis’ zal zijn.

Energieverbuik en duurzame opwekking

windenergyAlle concepten gaan uit van een balans op jaarbasis tussen energieverbruik en duurzame opwekking. En dat is ook logisch. De energie uit zon en wind is er soms in overvloed, maar niet altijd tegelijk met de vraag. Ga maar na: kerstverlichting op zonne-energie vraagt tussenopslag. Die tussenopslag creëren we vooralsnog door een aansluiting op het stroomnet. In feit brandt onze kerstverlichting dus op gewone grijze stroom, hoeveel zonnecellen we ook op het dak hebben liggen. Die opslag, ‘salderen’ in het jargon, is nu in Nederland nog tot op zekere hoogte gratis, er is een wettelijke salderingsplicht tot 5000 kWh per huishouden. Het ziet er naar uit dat die situatie eindig is: in ons omringende landen is de terugleververgoeding fors naar beneden bijgesteld. Het lijkt een kwestie van tijd tot Nederland dit gaat volgen.

Oplossing ligt bij de tussenopslag

De oplossing in technische zin is het wijzigen van de tussenopslag. Lokaal zijn er experimenten met accu-pakketten en energiebedrijven denken over omzetting van zonnestroom in gas. Mooi dat de prikkel tot innovatie er is en blijft. Maar ook dan geldt dat de voorzieningen die daarvoor nodig zijn nooit kosteloos zullen zijn.

Bij wijzigende spelregels verandert de uitkomst van de energie-som. Concepten die nu ’nota-nul’ zijn zullen binnenkort alsnog eindigen in een bij te betalen bedrag. En dan is de besparingsprikkel voor de gebruiker meteen weer terug. Maakt nota-loos lui? Misschien heel even dan, maar al snel worden we geconfronteerd met de kosten van energie. Actief besparen blijft lonen, is de conclusie.


Over de auteur: Harm Valk

Harm Valk is senior adviseur energie en duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs. Hij is betrokken bij een breed scala aan adviestrajecten, veelal op het snijpunt van de bouw- en installatietechniek. De bestaande bouw loopt als een rode draad door zijn loopbaan die begon bij een woningcorporatie in Rotterdam. In zijn advieswerk stelt hij ‘kwaliteit’ en ‘integraliteit’ centraal, met de bewoner of gebruiker daarbij in het vizier. Dat betekent ook over de grenzen van het eigen vakgebied heen kijken om te komen tot nieuwe inzichten en oplossingen. Daarbij altijd een open oog voor innovatieve oplossing aan de ene kant en het realiteitsgehalte anderzijds. Harm Valk spreekt en schrijft regelmatig over het praktisch realiseren van een duurzame gebouwde omgeving. Naast zijn werk bij Nieman is hij voorzitter van de normsubcommissie Energieprestatie van Gebouwen (EPG) van NEN.

Geef een reactie