Hoe lang blijft de bouwvak nog bestaan?

umbrellaWe zitten middenin de zomervakantie, wat ook betekent dat we middenin de bouwvak zitten. Een bijna ongrijpbaar fenomeen aangezien de echte bouwvak al in 1981 is afgeschaft. Desalniettemin sturen veel bedrijven uit de bouw hun mensen in de zomermaanden verplicht drie weken op vakantie. Gezien de publiciteit die ik de afgelopen weken heb gehad, blijkt het een thema dat nog steeds erg leeft. Misschien is het ook wel enigszins komkommertijd, maar toch hebben veel regionale en nationale media hier uitgebreid bij stil gestaan. Hoe kan de bouwvak blijven bestaan en hoe lang blijft dit fenomeen nog in stand?

Historie bouwvak

Opkomst en officiële ondergang van de bouwvak

De volledige naam van de bouwvak is eigenlijk bouwvakantie of bouwvakvakantie. In 1929 werd het recht op vakantie voor het eerst in de cao vastgelegd. Toen werd het echter wel iets anders geregeld dan tegenwoordig. Het vakantiegeld werd uitgekeerd in vakantiezegels, omdat men bang was dat dit geld bij wekelijkse of maandelijkse uitkering volledig zou worden opgemaakt. Tevens hadden de werknemers recht op welgeteld drie dagen vrij. Dit aantal werd pas in 1965 opgehoogd naar vijftien vrije werkdagen, met andere woorden drie weken. In 1981 verdween de bouwvak uit de cao en werd daarmee officieel afgeschaft. Toch worden er nog steeds adviesdata afgegeven waaraan bedrijven uit de bouwsector zich kunnen houden, of niet.

Bouwvak blijft onofficieel gewoon bestaan

Dat de officiële bouwvak al meer dan 30 jaar geleden is afgeschaft, doet niets af aan het feit dat veel bedrijven de adviesdata nog steeds volgen. Het zijn vooral de aannemers B&U die drie weken ‘op slot’ gaan. Meer dan de helft van deze marktpartij geeft aan de adviesdata te volgen. Marktpartijen die zich minder houden aan de bouwvak zijn aannemers GWW (aangezien meer mensen op vakantie zijn, wordt er dan minder overlast veroorzaakt als zij aan de wegen of rioleringen werken), installateurs (installaties draaien 24 uur per dag, 7 dagen per week en moeten ook onderhouden worden of in geval van storing blijven functioneren) en handelaren (moeten open zijn voor die bedrijven die wel door blijven werken). Bij afbouwers (schilders, stukadoors en tegelzetters) en klusbedrijven is een meer gemengd beeld te zien. Een deel is gesloten tijdens de bouwvak, wellicht mede doordat zij als onderaannemer worden ingezet door aannemers B&U; maar een ander deel blijft geopend, wellicht om te kunnen werken voor de particulieren die niet op vakantie gaan.

©2017 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Toekomst bouwvak

Mening van de sector

Een derde van de bedrijven die behoort tot de bouw- en installatiesector gaat dus met bouwvak, maar blijft dit zo bestaan of gaat dit veranderen? Ten opzichte van twee jaar geleden zien we weinig veranderingen en ook richting de toekomst lijkt het er op dat er weinig zal gaan veranderen. Ondanks dat veel (onder)aannemers zich niet houden aan de bouwvak, is er wel bijna overal een meerderheid te vinden die vindt dat de bouwvak gehandhaafd moet blijven. De meest trouwe volgers van de bouwvak – de aannemers B&U – zijn ook de grootste voorstanders van handhaving van de bouwvak. Belangrijke redenen die aangevoerd worden voor handhaving van de bouwvak hebben voornamelijk te maken met de planning:

  1. projecten kunnen weer volledig opgestart worden zodra iedereen terug is;
  2. er is altijd een volledige bezetting binnen het bedrijf zodat problemen met de planning voorkomen kunnen worden;
  3. mensen kunnen toch op vakantie en deze bundeling rond één periode voorkomt chaos.



Bedrijven gaan dus liever drie weken volledig dicht in plaats van 6 tot 8 weken op halve kracht. Tegenstanders van de bouwvak zijn er uiteraard ook en dan vooral onder klusbedrijven. De bedrijven die vinden dat de bouwvak afgeschaft moet worden voeren met name redenen aan in de trant van ‘niet meer van deze tijd’:

  1. werknemers moeten zelf kunnen bepalen wanneer ze vakantie opnemen;
  2. we leven en werken in een 24-uurs-economie, waarbij alles tegenwoordig door blijft draaien;
  3. de zomermaanden zijn goede weken qua weer waardoor men juist goed kan doorwerken.



©2017 USP MARKETING CONSULTANCY BV

Eindbeschouwing

Persoonlijk snap ik beide kampen, maar persoonlijk ben ik voorstander van een vrije keuze qua vakantie. De exacte impact van op halve kracht doorwerken in plaats van drie weken volledig dicht, kan ik niet uitdrukken in cijfers. Tevens kan ik natuurlijk niet in de bedrijfsprocessen kijken van de bedrijven die wel drie weken dicht gaan. Feit is wel dat we tegenwoordig steeds meer met prefab bouwmaterialen werken, waardoor het planningsproces beter te voorspellen is. Ook al schroeven veel fabrikanten hun productiecapaciteit terug in de vakantiemaanden, toch is het goed mogelijk om door te blijven werken. Dit wordt onderstreept door de bedrijven die gewoon doordraaien in de vakantieperiode. Zij moeten wel verder vooruit plannen, maar hun werknemers hoeven daardoor niet verplicht in de dure periode op vakantie. Dit kan een meerwaarde zijn tijdens het zoeken naar nieuwe werknemers: geen verplichte vakantie, maar flexibele – uiteraard in overleg met de werkgever – vakantieperiode.

Vanuit de opdrachtgever gezien kan het ook voordelen opleveren als er in de zomer wordt doorgewerkt. Dit geldt dan voornamelijk voor onderhoud- en renovatieprojecten. Gelijk aan de infrasector is er voor minder mensen overlast als er in de vakantiemaanden werkzaamheden aan de gebouwen worden verricht. Opdrachtgevers zouden kunnen vastleggen wanneer werkzaamheden verricht moeten worden en gereed moeten zijn. Dergelijke prestatiecontracten kunnen dus bijdragen aan het verminderen van het aantal bedrijven die met bouwvak gaan. Uiteraard moeten de materialen voor handen zijn, wat op dit moment een ander probleem in de bouw lijkt te gaan worden. Maar hierover waarschijnlijk meer in een volgend blog.


Over de auteur: Henri Busker

Henri Busker (1977) is een afgestudeerde bedrijfseconoom aan de Rijksuniversiteit Groningen, afstudeerrichting Marketing & Marktonderzoek (2001). Na zijn studie heeft hij naast een rondreis door Australië en Nieuw-Zeeland, diverse functies bekleed. In 2004 is hij terecht gekomen bij USP Marketing Consultancy. Vanaf het begin is hij vrijwel altijd actief geweest binnen de bouw- en installatietak van USP. Eerst als onderzoeker en project manager, later als consultant. De thema's die hem voornamelijk bezig houden en interesseren zijn marketingstrategisch- en tactisch van aard eventueel in combinatie met (internationale) trends. Hierbij komen o.a. de volgende vraagstukken aan bod: "hoe kan ik met mijn merk onderscheidend zijn t.o.v. de concurrentie?", "hoe moet ik omgaan met de digitalisering in de bouw (BIM, online kopen)?" en "hoe speel ik optimaal in op een sneller, goedkoper, beter en slimmer bouwproces?".

Geef een reactie