Hoe kan de bouw- en installatiesector verder professionaliseren en innoveren?

Met het aantreden van een nieuwe regering, een groeiende economie en toenemende koopkracht voor de meesten, lijken het goede tijden voor de bouw- en installatiesector. Toch zijn er nog voldoende uitdagingen die aan- en opgepakt moeten worden. Enerzijds lijkt de nieuwe ‘Woonminister’ Ollongren zich actief te willen inzetten voor de sector. Anderzijds zal de sector zelf ook de nodige stappen moeten ondernemen om de uitdagingen in daadwerkelijke acties. Ik zal me in dit blog voornamelijk richten tot het deel waar de sector zelf invloed op heeft.

Veranderende sector

Bewustwording voor verandering is er, maar is de actie er ook?

Intern hebben we een soort van mantra die wij gebruiken als het gaat om de toekomst van de bouw- en installatiesector. De bouw moet “sneller, beter, goedkoper en slimmer” worden. Deze vier woorden kan iedereen binnen de sector voor zijn eigen bedrijf toepassen, de invulling kan echter per bedrijf verschillen. Maar voordat je het kan toepassen, moet ieder bedrijf de noodzaak ervan wel inzien. Op dit moment zie ik dat driekwart van de bedrijven uit de sector inziet dat er slimmer en van betere kwaliteit gebouwd moet worden. Op zich is dat positief, ware het niet dat twee jaar geleden al dezelfde percentages zichtbaar waren. Blijkbaar stagneert het bewustzijn, of het zijn de bedrijven die hardnekkig blijven volharden in hun eigen mantra van ‘we doen het al drie generaties op deze manier en we bestaan nog steeds’.

De twee elementen die juist kunnen zorgen voor een inhaalslag van de productieachterstand blijven achterwege’

De afgelopen jaren zijn er zo’n 50.000 tot 55.000 woningen nieuw bij gebouwd, terwijl er zo’n 75.000 tot 80.000 nodig zijn om het gat tussen vraag en aanbod op te vullen. Het lijkt er op dat deze aantallen in de komende jaren gehaald kunnen worden, maar dan ben je wel afhankelijk van een aantal randvoorwaarden. De politiek lijkt haar verantwoording te nemen, maar ook aan de productiekant kunnen maatregelen genomen worden. Alleen zie ik dat daar het bewustzijn minder is: sneller bouwen moet volgens de helft van de sector en goedkoper bouwen volgens een derde van de bedrijven uit de sector. Hoe sneller je kan bouwen – uiteraard met instandhouding van de kwaliteit – hoe eerder je klaar bent en kan beginnen aan een volgend project. En ook hoe goedkoper je kan bouwen – onder behoud van marges voor alle betrokken partijen – hoe eenvoudiger woningen of gebouwen verkocht kunnen worden. Het lijken eenvoudige aannames, maar de praktijk is toch iets weerbarstiger. Allereerst moet het bewustzijn er zijn, alvorens de wil om te veranderen kan komen. En dan lijkt de sector ineens te verstarren, er is namelijk lef en volhardendheid nodig om de bestaande culturen en processen te doorbreken. Belangrijk is dat de bedrijven met lef gaan aantonen dat het ook sneller en goedkoper kan, zodat andere bedrijven dat voorbeeld kunnen volgen.

Arbeidsmarkt

uitdagingenArbeidstekorten lopen verder op

Om de benodigde (woningbouw)productie te kunnen realiseren, zijn naast de politiek en fabrikanten ook mensen op de bouwplaats hard nodig. Ook hier is een duidelijk knelpunt ontstaan. Twee jaar geleden voorzag al meer dan de helft van de bedrijven uit de sector een kwalitatief en kwantitatief arbeidstekort. Dat had toen betrekking op huidige tekorten en te verwachten tekorten binnen twee jaar. Aanbeland op het punt waar we toen naar keken, zien we dat met name het kwantitatieve tekort groter is geworden dan destijds verwacht. Het werd verwacht door 50% van de bedrijven, maar wordt nu ervaren door 60% van de bedrijven. Het kwalitatieve tekort ligt op hetzelfde niveau (60%), maar dat was ook verwacht.

Oplossingen voor arbeidstekorten nog niet volledig ondersteund

Dat er arbeidstekorten in kwantitatieve en kwalitatieve zin zouden voorkomen, is geen verrassing. De industrie probeert hier op in te spelen door het bouwproces te industrialiseren (conceptueel en modulair bouwen) of door totaaloplossingen aan te bieden. Maar juist deze trends hebben niet de positieve ontwikkeling doorgemaakt die je zou verwachten. Immers bij een te verwachten arbeidstekort ga je op zoek naar alternatieven. De trend naar conceptueel en modulair bouwen wordt door 50% van de bedrijven herkend, vergelijkbaar met twee jaar geleden. De voorkeur voor het werken met aanbieders van totaaloplossingen is bij slechts 40% van de bedrijven aanwezig. Bij architecten is dit het laagst met 21%. Dit zou toch juist de partij moeten zijn om innovaties te omarmen en te implementeren, samen met aannemers B&U. Gelukkig zie ik dat de voorkeur voor totaaloplossingen bij aannemers B&U wel aanwezig is (57%).

uitdagingen
Technologie en imago

Technologie in de bouw neemt nog geen vlucht

In mijn blog over het imago van de bouw, gaf ik al aan dat de toetreding van technologie de bouw weer aantrekkelijk zou kunnen maken voor jonge of nieuwe werknemers. Focussend op drie elementen van technologie in de bouw, zie ik dat het gebruik nog geen vlucht heeft genomen.

  • Het gebruik van 3D-printers: op dit moment ziet één op de tien bedrijven hier al voorbeelden van. Vergelijkbare aantallen als twee jaar geleden met dien verstande dat de bedrijven destijds verwachtten dat er anno 2017 vaker gebruik van zou worden gemaakt. Positieve uitzondering vormen de architecten, daar ziet één op de vier al voorbeelden van 3D-printers.
  • Het gebruik van intelligente of zelflerende/zelfregulerende materialen en producten: ongeveer één op de zeven bedrijven ziet hiervan voorbeelden in de praktijk en dan met name de installateurs. Maar ook hier blijft de realiteit achter bij de verwachtingen van destijds.
  • Het gebruik van technologische hulpmiddelen zoals drones en Google Glasses: bij architecten (43%), aannemers GWW (31%) en installateurs (22%) zijn de meeste voorbeelden te vinden, bij andere marktpartijen veel minder, bijvoorbeeld aannemers B&U (9%). Hier lijken de verwachtingen nog het meest waargemaakt te worden.

 

Wat nu?

Nu de randvoorwaarden voor stabiele groei goed (lijken te) zijn, zou het een gemiste kans zijn om terug te vallen in oude vaste structuren en bouwmethoden. Het is misschien wel de makkelijkste weg naar groei, maar tegelijkertijd ook eentje voor de korte termijn. Beter is het om gelijktijdig de nieuwe technologieën te omarmen of het in ieder geval te proberen. Er zijn voldoende bedrijven die hierbij kunnen en willen ondersteunen. Ook met het oog op de arbeidsmarkt dienen bedrijven niet te lang te wachten, aangezien het een aantal jaren duurt alvorens nieuwe of jonge werknemers zijn opgeleid en volledig inzetbaar zijn. Indien de stappen volgtijdelijk worden genomen (eerst productie draaien en daarna technologieën implementeren) in plaats van gelijktijdig, kan de achterstand verder oplopen en kunnen de problemen in de bouwsector nog groter worden. Mijn oproep is dus ook om lef te tonen en weer ondernemend bezig te zijn.


Over de auteur: Henri Busker

Henri Busker (1977) is een afgestudeerde bedrijfseconoom aan de Rijksuniversiteit Groningen, afstudeerrichting Marketing & Marktonderzoek (2001). Na zijn studie heeft hij naast een rondreis door Australië en Nieuw-Zeeland, diverse functies bekleed. In 2004 is hij terecht gekomen bij USP Marketing Consultancy. Vanaf het begin is hij vrijwel altijd actief geweest binnen de bouw- en installatietak van USP. Eerst als onderzoeker en project manager, later als consultant. De thema's die hem voornamelijk bezig houden en interesseren zijn marketingstrategisch- en tactisch van aard eventueel in combinatie met (internationale) trends. Hierbij komen o.a. de volgende vraagstukken aan bod: "hoe kan ik met mijn merk onderscheidend zijn t.o.v. de concurrentie?", "hoe moet ik omgaan met de digitalisering in de bouw (BIM, online kopen)?" en "hoe speel ik optimaal in op een sneller, goedkoper, beter en slimmer bouwproces?".

Geef een reactie