Duurzaamheid als onvoorziene uitgave

Langzaam aan groeit het besef dat er een transitie aan komt. Radar heeft uitzendingen over van gas los en in kranten komen steeds meer artikelen over het verduurzamen. Zelfs de regering vindt duurzaamheid een belangrijk item. Maar toch nog niet zo belangrijk als het zou moeten zijn, de praktijk is weerbarstiger.

Beheerders en ook particulieren die nu onderhoud aan hun woningen moeten plegen zijn nog niet doordrongen dat het anders moet, of anders kan. Of ze zijn wel doordrongen dat het nodig is, maar kunnen de juiste keuze nog niet maken.

Keuzes

We merken dat bijvoorbeeld in gesprekken met corporaties, waarbij onderhoud aan een complex gepland staat. Volgens de meerjarenplanning moet dan bijvoorbeeld  de beglazing vervangen worden en misschien moet de gevel ook na geïsoleerd worden. In diezelfde meerjarenplanning is daar ook een bedrag aan gekoppeld, en dat bedrag is gebaseerd op vervangen, niet verbeteren. Dan komen de eerste dilemma’s naar voren. We weten dat de horizon verschoven is naar 2050 en zelfs verder. We weten ook dat de ambities die we dan moeten halen hoog zijn. Maar wat is nu dan de juiste keuze om te doen? Blijf je je richten op 2021 en de afspraken voor label B en ga je na isoleren, of maak je dan nu die stap om in een keer een hoogwaardige gevel aan te brengen? Maar daar is geen geld voor gereserveerd.

Bij maatregelen zoals na isoleren of HR++ glas plaatsen kun je er vanuit gaan dat je voor 2050 nog een keer iets moet doen aan de woning. Bij hoogwaardige vervanging is de nieuwe levensduur zo lang dat je voor 2050 geen ingrepen hoeft te doen. Na isoleren is op dit moment misschien wel een aantrekkelijke investering, maar je zult later in de tijd opnieuw moeten investeren in verdergaande maatregelen, om te voldoen aan de wensen of eisen van dat moment. Het kwaliteitsverschil is hoog, maar het prijsverschil is vaak nog veel hoger. Het dilemma voor de corporatie ligt niet zozeer op één complex, als het echt om verbetering van dat ene complex gaat, dan is er meestal wel een mouw aan te passen. Het dilemma is dat de corporatie nog vijftig of honderd van dit soort complexen heeft die allemaal onderhoud nodig hebben de komende jaren en waar diezelfde dilemma’s gaan spelen. En bovendien zijn de middelen om te lenen als sector ook niet onuitputtelijk. Het gaat niet om één corporatie die een project in onderhoud heeft, we hebben ruim 400 corporaties, die allemaal een veelvoud aan complexen in onderhoud hebben.

En wat te denken van de eigenaar-bewoner. Die krijgt ook steeds meer te horen over gasloos wonen, energietransities en CO2 neutrale wijken. Ook die zal op onderhoudsmomenten een keuze moeten maken. Maar de consument heeft zeker niet gespaard voor onderhoud. Volgens Vereniging Eigen Huis zijn de onderhoudskosten per maand €300,- maar ik ken niemand die dat bedrag maandelijks opzij zet om in de toekomst zijn kozijnen te vervangen. Maar op het moment dat het zover is en er liggen twee offertes naast elkaar met HR++ glas of triple glas, dan is prijs veelal leidend en kiest men voor wat op dit moment het beste past. Een doorkijk naar de toekomst wordt niet gemaakt. Immers dat is voor de professionele beheerder al lastig, laat staan voor de particulier.  Dat leidt tot uitspraken zoals ik laatst iemand hoorde zeggen ’nog even snel een cv-ketel kopen voordat alleen die dure warmtepompen in de winkel liggen’.

Perspectief

Een energietransitie is onvermijdelijk. En we weten ook dat we anders met onze gebouwen om moeten gaan. Sterker nog, we kijken er al naar als we plannen maken. Maar toch wordt vaak nog voor de laagste investering gekozen. Heel menselijk, maar niet wenselijk. Ik merk dat het bieden van perspectief en het duidelijk maken wat er dan in komende jaren nog meer nodig is aan het huis wel tot begrip leidt. Maar dat is niet genoeg om tot actie over te gaan. De beschikbare middelen zijn vaak niet voorhanden en moet men het doen met het te krappe budget dat er ligt. Het is daarom  van belang om strategisch te adviseren. Aangeven hoe stapsgewijs de gewenste prestaties gehaald kunnen worden. Welke stap nu gezien het budget gezet kan worden en welke stappen er dan nog moeten volgen. Wanneer men weet wat (en wanneer) dan die volgende stap is, kan men daarvoor de financiële middelen gaan reserveren en zorgen dat het dan wel een voorziene uitgave is. Voor duurzaam verbeteren is creatief en strategisch omgaan met beschikbare middelen een eerste vereiste.


Over de auteur: Haico van Nunen

Haico van Nunen is als adviseur werkzaam bij BouwhulpGroep. De bestaande bouw is hierbij het werkterrein, van individuele woning tot gehele voorraad, van proces tot aan techniek. Daarnaast is hij Lector aan de Hogeschool Rotterdam met als onderzoekslijn 'Duurzame Renovatie' . Het thema duurzaamheid is de rode draad in dit alles. Aan de ene kant gaat dat in op energie en energiegebruik aan de andere kant gaat het daarbij ook over materialen. Maar alles vanuit het perspectief van de gebruiker. (https://www.hogeschoolrotterdam.nl/globalassets/documenten/onderzoek/projecten/kc-dhs/ol_haico-van-nunen.pdf) In zijn proefschrift ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building’ wordt levensduur als een van de belangrijkste aspecten omschreven om duurzaamheid van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken. Dit is uitgewerkt onder de noemer levensduur-denken met als boodschap dat woningen lang mee gaan en dat er gedurende de levensduur van de woning ingrepen nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. In het onderling afstemmen van deze ingrepen (onderhoud, woningverbetering en energiebesparing), ligt de uitdaging van de bestaande bouw verscholen. Hoe kunnen we dit slim, efficiënt en met kwaliteit realiseren?

Geef een reactie