De wet van de grote getallen

Eurocommissaris Sefcovic is aan zijn rondje langs de lidstaten bezig en wijst Nederland er fijntjes op dat we bij de laatste drie landen van Europa horen voor wat betreft duurzaamheid. Dat betekent dat we echt stappen moeten gaan maken, en dat er echt een grote verduurzamingsopgave ligt. Je kunt je ook niet echt goed voorstellen hoe groot die opgave daadwerkelijk is als je in de praktijk van vandaag de dag blijft denken.

Bij de particulier ligt die opgave bij zijn eigen woning. In mijn vorige blog gaf ik al aan dat duurzaamheid een begrip is dat de huiskamers nog niet bereikt heeft. Maar ook in de professionele sector lijkt het wel of we er nog niet helemaal van doordrongen zijn hoe groot de omvang is.

Grote getallen

Om toch een beeld hiervan te schetsen maken we twee sommetjes. Als eerste een beeld van de omvang van de woningvoorraad. Het CBS voorspelt een toename in het aantal huishoudens, en daarmee het aantal woningen. In 2045 hebben we 8,5 miljoen woningen nodig. Dat betekent dat er een miljoen woningen bij moet komen in iets meer dan 25 jaar. De (voorlopige) nieuwbouwcijfers van 2016 zijn net bekend en er zijn 54.000 woningen gebouwd. Maar als je weet dat er ook jaarlijks ongeveer 15.000 woningen onttrokken worden aan de voorraad, dan voegen we per saldo ongeveer 40.000 woningen toe. Daarmee kunnen we net de gewenste 8,5 miljoen woningen halen. Mits we het merendeel wat er nu staat ook laten staan.691 Ontwikkeling woningvoorraad in beeld (1)

Maar we weten ook dat de (energetische) kwaliteit van de woningen verbeterd moet worden. Het is niet voor niets dat we experimenten doen met Nul-Op-de-Meter, Bijna Energie Neutrale Gebouwen en NOM-ready. Het is alleen de schaal waarop het gebeurt. Of eigenlijk de schaal waarop het niet gebeurt. Als we kijken naar de huidige omvang en gaan er vanuit dat 90% van de huidige woningen blijft bestaan, dan hebben we 6.750.000 woningen te verbeteren in 25 jaar tijd, dat komt neer op 270.000 woningen per jaar. Dat zijn 5.200 woningen per week die van gemiddeld label D naar ver in het groene bereik gebracht moeten worden. Dat zijn nog steeds grote getallen. Om het dichter bij huis te brengen, dat betekent 350 woningen per week voor de regio Utrecht, 140 woningen per week voor een stad als Eindhoven en nog steeds 1 woning per week voor een van de kleinste gemeenten van Nederland (Rozendaal (Gld.) met net geen 1.500 woningen). De verduurzamingsopgave is dus echt groot. En voor diegenen die denken dat de nieuwbouw dat probleem wel op gaat lossen, alleen met een verzesvoudiging van de bouwcapaciteit van dit moment, kunnen we voldoende nieuwbouw realiseren. Een dergelijke omvang is in de hele Nederlandse bouwgeschiedenis nooit gehaald!

Andere houding

Het huidige renovatietempo is ook niet zo hoog. En dan heb ik het niet over onderhoud, maar echt over structurele woningverbeteringen. Harde cijfers zijn hier niet van, maar dit ik denk dat dit aantal niet boven de 100 woningen per week uitkomt. Een groot verschil met de 5.200 waar we naar toe moeten. Het komt er op neer dat we structureel anders moeten gaan nadenken over de verbeteropgave. Hij is groot, en als we op deze manier doorgaan gaan we dat niet oplossen. We zullen minder in projecten moeten gaan denken, en meer in generieke toepassingen. Dat vraagt wel om een andere houding dan dat we gewend zijn. In plaats van afwachten en indekken moet je op zoek naar verbindingen. En tot slot moet je investeren in kennis om daarmee tot de benodigde innovatie te komen. De getallen zijn er groot genoeg voor om die stappen te nemen. Nu de houding nog.


Over de auteur: Haico van Nunen

Haico van Nunen is als adviseur werkzaam bij BouwhulpGroep. De bestaande bouw is hierbij het werkterrein, van individuele woning tot gehele voorraad, van proces tot aan techniek. Daarnaast is hij Lector aan de Hogeschool Rotterdam met als onderzoekslijn 'Duurzame Renovatie' . Het thema duurzaamheid is de rode draad in dit alles. Aan de ene kant gaat dat in op energie en energiegebruik aan de andere kant gaat het daarbij ook over materialen. Maar alles vanuit het perspectief van de gebruiker. (https://www.hogeschoolrotterdam.nl/globalassets/documenten/onderzoek/projecten/kc-dhs/ol_haico-van-nunen.pdf) In zijn proefschrift ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building’ wordt levensduur als een van de belangrijkste aspecten omschreven om duurzaamheid van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken. Dit is uitgewerkt onder de noemer levensduur-denken met als boodschap dat woningen lang mee gaan en dat er gedurende de levensduur van de woning ingrepen nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. In het onderling afstemmen van deze ingrepen (onderhoud, woningverbetering en energiebesparing), ligt de uitdaging van de bestaande bouw verscholen. Hoe kunnen we dit slim, efficiënt en met kwaliteit realiseren?

Geef een reactie