Circulair bouwen: hoe komen we van buzzword naar businesscase?

circulair bouwenDe urgentie van een circulaire economie hoeft tegenwoordig nauwelijks te worden verdedigd. We zijn het eens dat we niet in eenzelfde tempo en op eenzelfde manier kunnen blijven consumeren en produceren, omdat we de aarde daarmee uitputten en afkoersen op drastische klimaatveranderingen. Dit jaar was Earth Overshoot Day (de dag dat we evenveel natuurlijke grondstoffen hebben verbruikt als de aarde in een jaar kan produceren) al op 2 augustus en we hebben momenteel 1,7 aardes nodig om onze huidige levensstijl te kunnen voortzetten. Als iedereen zou leven zoals de gemiddelde Nederlander, dan hebben we zelfs 3,6 aardbollen nodig.

De bouw is een belangrijke sleutel bij het komen tot een circulaire economie. De sector is goed voor 50% van het nationale grondstoffenverbruik en 40% van alle afvalstromen. In dit perspectief lijkt circulair bouwen een no-brainer. Toch zijn er nog een aantal uitdagingen op te lossen voordat we kunnen spreken van een circulaire gebouwde omgeving in 2050.

Circulair bouwen vraagt om een heldere afbakening

Circulaire gebouwen, circulaire wegen, circulair slopen en circulaire aanbestedingen. Een tsunami aan voorbeelden, projecten en adviezen resulteert na een eenvoudige zoekopdracht op internet. Circulariteit wordt al snel misbruikt als buzzword en laat ruimte voor ‘greenwashing’. Gestimuleerd door de Transitieagenda Bouw leggen marktpartijen in toenemende mate een circulaire claim. Zo komt het voor dat een modulair en demontabel huisvestingsconcept onterecht in een adem wordt genoemd met circulariteit. Dit kunnen we doorbreken als er een heldere definitie van circulair bouwen voorhanden is. Verschillende partijen hebben een circulariteitsindicator voor gebouwen ontwikkeld (Alba Concepts, W/E adviseurs).

Om te voorkomen dat onterecht een circulaire claim wordt gelegd, is het zinvol als er consensus komt over de mate van circulariteit (o.a hernieuwbaarheid, technische levensduur) van gebruikte materialen, de mate waarin het ontwerp voorziet in demontage en de mate waarin negatieve milieueffecten (bijv. gebruik fossiele energie) van hergebruik worden meegenomen. De genoemde circulariteitsindicatoren lijken een mooi vertrekpunt voor consensus. Tegelijkertijd gaan uit verschillende hoeken geluiden op om te kijken naar de mate waarin gebouwen bijdragen aan welzijn, gezondheid en sociale cohesie. Op zich relevante punten, maar door de definitie van een circulair gebouw te verbreden lopen we het risico dat het te vaag wordt en er te veel speelruimte ontstaat. Dit lokt dan juist weer greenwashing uit. Laat een circulair gebouw een element van de kapstok duurzame gebouwen zijn, zoals welzijn dat ook kan zijn. De bouwsector en haar klanten verleiden om circulair te gaan bouwen is gebaat bij afbakening en focus.

Circulair bouwen vraagt om een film in plaats van een foto

circulair bouwenDiverse partijen ondersteunen de bouwsector al met methodes om grondstoffenstromen in kaart te brengen en circulaire kansen te bepalen. Anderen richten zich specifiek op een materialenpaspoort of gebouwpaspoort. Madaster is opgericht om hét online platform voor materialenpaspoorten te worden. Er worden dus flinke stappen genomen bij het in kaart brengen en vastleggen van de mogelijke voorraden grondstoffen en materialen in gebouwen. Dit helpt bij de discussie over de mogelijkheden tot hoogwaardig hergebruik en waarde van materialen. De materialen die op het moment van het in kaart brengen heel geschikt lijken voor hergebruik, hebben echter te maken met slijtage door bijvoorbeeld weersomstandigheden of gebruik. Willen we een transparante discussie hebben over de toekomstige restwaarde van materialen, dan moeten we ook in staat zijn om tijdens de technische gebruiksduur de eigenschappen zoals materiaalsterkte te monitoren.

Door het opwaarderen kan de technische levensduur van materialen worden verlengd. De kosten hiervan moeten uiteraard worden meegenomen in een restwaarde bepaling. Een gebouwpaspoort op basis van een 3DBIM model voorziet in een digitale registratie van componenten en materialen. Nu de uitdaging om paspoorten in de exploitatie-en beheerfase te blijven voeden met actuele informatie. Daarvoor is het relevant dat er informatie van de partijen die een gebouw onderhouden wordt toegevoegd aan het paspoort. Het lijkt een kwestie van tijd voordat sensoren, IoT toepassingen en Big Data paspoorten gaan voeden met actuele, real-time informatie over de veroudering van de aanwezige materialen en componenten. Smart buildings leveren bovendien niet alleen input over materialen, maar bieden ook inzicht in mogelijke kostenbesparingen in het dagelijkse beheer & onderhoud.

Circulair bouwen vraagt om samenwerken, leren en falen

De grootste uitdaging bij circulair bouwen ligt in de radicaal andere manier van samenwerken die dit vraagt. Het lijkt gemakkelijk om de partijen te identificeren die ogenschijnlijk het meeste profijt gaan hebben van circulair bouwen. Ze profiteren er misschien het meeste van, maar zijn wel afhankelijk van anders schakels in de keten die bereid moeten zijn om te investeren. Bouwtoeleveranciers en sloopbedrijven worden vaak toegejuicht als de grote winnaars en we kijken nauwlettend hoe zij het voortouw moeten nemen ten aanzien van innovaties in circulaire bouwproducten, prefab en modulaire componenten.

Het merendeel van gebouwde omgeving in 2050 bestaat echter nu al. Om uit deze gebouwenvoorraad zo optimaal mogelijk te kunnen gaan oogsten en upcyclen, is het relevant dat ook aannemers, onderhoudsbedrijven en projectontwikkelaars meegaan in de systeemverandering die nodig is. Waardebehoud van materialen vraagt om anders onderhouden en wellicht juist eerder slopen dan aan het einde van de technische levensduur. Goede oplossingen vragen om een collectieve aanpak. Het vereist intensief samenwerken zonder discussie wie nu het intellectuele eigendom van de bedachte oplossing toekomt. Het verdienmodel voor alle partijen gezamenlijk zit namelijk in oplossingen die opschaalbaar zijn. Dat lukt alleen als je kennis, opbrengsten en risico’s met elkaar deelt en durft te experimenteren en te falen. Het is nooit te laat om aan te sluiten bij een community of practice. Als ultiem voorbeeld van open innovatie kijk ik uit naar de eerste circulair bouwen “f*ck up night” (bijeenkomsten waarbij men fouten en missers deelt en op die manier van elkaar leert).

Circulair bouwen vraagt om een business case en verleiding

Als complicerende factor in de circulaire bouweconomie wordt vaak de financierbaarheid genoemd. Als bank wordt ons vaak aangerekend dat we liever geen innovaties financieren. Toegegeven, we doorlopen een leercurve als het gaat om het bepalen wanneer we instappen met financiering, hoe we eigendom en gebruiksrechten vaststellen, hoe we de comfort ontwikkelen bij het voorfinancieren van kasstromen uit diensten, hoe we de restwaarde van producten bepalen etc. Een circulaire bouwoplossing betekent niet dat in ons perspectief risico’s automatisch groter of kleiner worden en we zijn zeker bereid om buiten onze comfortzone te kijken. Het financieren van een circulair business model beoordeelt Rabobank aan de hand van verschillende aspecten, o.a. de mate waarin kringlopen gesloten worden en waarde wordt behouden en ook kijken we naar de aantoonbare behoefte aan de product/dienst combinatie die wordt aangeboden. De klimatologische impact nemen we mee in onze afweging en we kunnen vanuit die optiek ook uit de voeten met langere aanlooptijden die nodig zijn om een circulaire business case tot een succes te maken. Er moet echter wel een business case zijn. Een circulair huisvestingsconcept dat esthetisch niet aansluit bij de wens van een doelgroep is geen solide business case bijvoorbeeld. Een circulaire huisvestingsoplossing voor een woningcorporatie wordt niet succesvol als deze niet wordt afgezet tegen de investeringsplannen van lokale overheden in economische groei en leefbaarheid. Als circulaire bouwondernemer zal je dus moeten blijven nadenken over de oplossing waarmee je een potentiële klant verleidt en waar er behoefte is.

Ik hoop van harte dat ik de komende tijd wordt lastig gevallen met nieuwe, circulaire business cases. Als bank zijn we ook voor open innovatie en delen we graag onze kennis en leren we graag bij. Wie durft?

 


Over de auteur: Leontien de Waal

Leontien de Waal is sinds 2003 werkzaam bij Rabobank en al bijna 10 jaar in de rol van sectorspecialist bouw, vastgoed & engineering. Ze heeft regelmatig contact met bedrijven uit de gehele bouwkolom om de dialoog aan te gaan over marktontwikkelingen, trends, strategische keuzes en de (financiële) consequenties daarvan. Ook geeft ze lezingen daarover. Leontien adviseert over het te volgen commerciële beleid van Rabobank in de sector. Een persoonlijke uitdaging haalt ze uit het dichter bij elkaar brengen van businesscases van klanten en de financiële mogelijkheden die Rabobank biedt. In het bijzonder op het gebied van duurzaamheid en business model innovatie. Voor Rabobank is duurzaamheid een van de speerpunten bij zowel vastgoedfinancieringen als de financiering van bouwprojecten

Geef een reactie