Bouwrevolutie nodig voor een smart industry

Is smart industry de oplossing voor de bouw? Als antwoord op deze vraag volgen vaak argumenten dat industrialisering van de bouw zeer lastig is, want het veronderstelt hoge volumes en weinig keuzemogelijkheden. De bouw vraagt om ambachtelijk maatwerk wordt al snel geroepen, maar is dat daadwerkelijk altijd zo? En als er vervolgens maatwerk is gerealiseerd, is er dan sprake van een kwalitatief excellent bouwproduct?

Ik zie in de praktijk veel voorbeelden dat de sector zich nog iets te vaak verschuilt achter producten waarvan de kwaliteit, productietijd en kosten zich moeilijk laten voorspellen. Er is echter wel maatwerk geleverd. Of er ook in de perceptie van de klant/opdrachtgever een effectieve oplossing is geboden voor zijn vraag, blijft onderbelicht. Smart industry is wat mij betreft meer dan industrialisering, meer dan alleen een efficiënt bouwproces. Het gaat juist ook over het leveren van een excellent product.

Prisoners dilemma: wie krijgt de mensen en de materialen?

Bij een toenemende vraag naar woningen, bedrijfsgebouwen en infrastructuur is het nu beperkt mogelijk om een hogere efficiency en productiviteit te realiseren. De afgelopen jaren zijn veel vakkrachten uitgestroomd in de sector en de instroom is minimaal geweest. Toeleveranciers en producenten willen graag hun capaciteit uitbreiden, waar eerder tijdens de crisis productielijnen zijn gesloten. Er gaat tijd overheen om weer te kunnen opschalen en ook voor de bediening van productielijnen is personeel nodig. Bovendien ligt de meest recente crisis nog vers in het geheugen bij veel toeleveranciers. Wat als de vraag naar bouwproducten over een aantal jaar weer sterk terugvalt?

Opdrachtgevers, aannemers en toeleveranciers houden elkaar gevangen. Opdrachtgevers stellen harde opleverdata en rekenen aannemers af op vertraging, grote aannemers reserveren productielijnen bij toeleveranciers zonder dat ze al precies weten welke projecten ze in portefeuille krijgen. Toeleveranciers gaan mee in de ‘reserveringen’ uit angst buiten spel te staan bij hun belangrijkste opdrachtgevers. Zo kunnen levertijden oplopen van enkele weken tot meer dan een half jaar. Het zegt nauwelijks iets over de daadwerkelijke behoefte, maar drijft wel de prijzen van materialen verder op. Meer industrialisatie en standaardisatie zouden een zegen kunnen zijn, want het omschakelen van productieprocessen en controles kosten zo minder tijd. Het productieniveau kan dan sneller, zonder (extra) faalkosten worden opgevoerd en aannemers zouden minder productiecapaciteit hoeven ‘claimen.

Spruitjeslucht: programmatisch ontwikkelen uit den boze?

Industrialisatie, standaardisatie en zelfs Smart Industry roepen bij veel partijen in en om de bouw een ‘spruitjeslucht’ op. Beelden van lelijke, communistisch geprogrammeerde woonblokken en doorzonwoningen en kantoren als eenheidsworst doemen op. Aan een bouwproduct wordt veel geld uitgegeven door de opdrachtgever. Iets wat veel kost, daar wil men invloed op hebben. Zo blijven we bij het adagium ‘ieder bouwproject is uniek’. Eigenlijk is het van de zotte om zo te blijven denken, want door middel van nieuwe technologie en robotisering kan er al prima voor gestandaardiseerd maatwerk worden gezorgd.

En dat is nu precies een van de uitgangspunten van Smart Industry. Gestandaardiseerd maatwerk is de resultante van een industriële aanpak van het bouw- en ontwikkelproces waarbij het mogelijk is om in seriegrootte ‘1’ te produceren. Door bouwdelen vervolgens ook meer modulair en los van elkaar te ontwikkelen, blijft er ruimte voor variatie in de loop van de tijd. Het casco van een gebouw gaat immers gemakkelijk 50 jaar mee, maar een gevel kan je in de circulaire economie gemakkelijk iedere 20 jaar vervangen door een exemplaar met een nieuwe ‘look & feel’. We moeten van het idee af dat ieder bouwproject een ‘limited edition’ moet zijn. Is het daadwerkelijk nodig om voor ieder ziekenhuis, kantoor of woning een nieuw plan of ontwerp te maken?

Door modulair te werken, zouden we minimaal 80% van de vraag met dezelfde oplossingen moeten kunnen afdekken. Ook in de infrastructuur lijkt dat mogelijk, want lang niet iedere brug is een huzarenstukje zoals de nieuwe spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal in Utrecht. Door meer te werken met standaardelementen kunnen bruggen veel goedkoper worden aangelegd en worden onderhouden. EIB (Economisch Instituut Bouw) berekende in opdracht van de Provincie Noord-Holland dat bruggen tot wel 14% goedkoper kunnen worden over de hele levensduur. In Nederland zijn tot 2030 ongeveer een miljoen nieuwe woningen nodig, moeten een flink deel van de bestaande gebouwde omgeving worden verduurzaamd en wachten duizenden bruggen op vervanging. We zullen moeten wennen aan programmatisch ontwikkelen & bouwen.

Digitalisering: ja, wij doen ook aan BIM….?

Uit de recente Global Construction Survey 2017 van KPMG blijkt dat slechts één op de vier bedrijven in de bouw op dit moment vertrouwt op het vermogen om projecten volgens planning af te leveren. Minder dan de helft van de bedrijven beschikt over een strategie voor het gebruik van data en de inzet van nieuwe technologieën. Waar in andere sectoren robotisering, 3D printing en digitalisering al bekende fenomenen zijn, blijft de bouwsector achter.

Uit eerder onderzoek van Bouwkennis (2014) is naar voren gekomen dat 58% van de aannemers B&U in meer of mindere mate gebruik maakt van BIM (Bouwwerkinformatie Model), maar dat bij andere partners uit de bouwkolom de adaptatie minder hoog is. De combinatie van industrialisatie van het bouwproces en het toepassen van BIM zorgt ervoor dat de faalkosten omlaag kunnen. Door een gebouw eerst digitaal tot in detail uit te werken worden ontwerpfouten eruit gehaald en worden vertragingen in het bouwproces op de bouwlocatie voorkomen. Bovendien is een BIM-model ook in de onderhouds-en exploitatiefase erg nuttig. Grotere aannemers maken op dit moment flinke stappen in BIM en grote (publieke) opdrachtgevers stellen het steeds vaker als eis bij nieuwe projecten. De uitdaging is nu om ook toeleveranciers en onderaannemers breder aan te haken voor een beter gestroomlijnd bouwproces en een hogere productiviteit.

Anders samenwerken: hoe verleid je de klant?

Industrialisatie, smart industry en nieuwe technologie faciliteren een hogere productiviteit in de bouw. Het zijn echter vooral de ketenpartners in de sector die aan zet zijn om samen beschikbare productiviteit op een meer duurzame manier te realiseren. Technisch en procesmatig kan er een heleboel worden geoptimaliseerd door middel van slimme, modulaire productietechnieken en tools als BIM. Dat kan alleen worden bereikt als opdrachtgevers, aannemers en toeleveranciers anders gaan samenwerken. Opdrachtgevers moeten meer ruimte bieden en niet alles vast zetten in een bestek dat in ‘beton is gegoten’. Aannemers en hun partners moeten open en tijdig communiceren over uitdagingen en mogelijke vertragingen.

Van ervaringen uit het recente verleden weten we in ieder geval dat strak dichtgetimmerde contracten niet voorkomen dat bouwprojecten een (financieel) fiasco worden. Samen project overstijgende oplossingen ontwikkelen is een route naar succes. Het helpt daarbij als partijen samen een concept kunnen ontwikkelen wat in principe schaalbaar en repeteerbaar is. Door slimmer te werken wordt ‘operational excellence’ en opschaalbaarheid (seriegrootte ‘1’) straks meer een standaard en kan er in gezamenlijkheid meer tijd worden besteed aan ‘product leadership’ en het verleiden van de klant voor het bouwproduct. Een duurzaam samenwerkingsmodel faciliteert een hogere productiviteit en kwalitatief betere bouwproducten. Het verleiden van de klant of opdrachtgever wordt dan een stuk makkelijker en leuker. De bouw als echte ‘smart industry’ waar menskracht en denkkracht daar kan worden ingezet waar deze het hardst nodig is.


Over de auteur: Leontien de Waal

Leontien de Waal is sinds 2003 werkzaam bij Rabobank en al bijna 10 jaar in de rol van sectorspecialist bouw, vastgoed & engineering. Ze heeft regelmatig contact met bedrijven uit de gehele bouwkolom om de dialoog aan te gaan over marktontwikkelingen, trends, strategische keuzes en de (financiële) consequenties daarvan. Ook geeft ze lezingen daarover. Leontien adviseert over het te volgen commerciële beleid van Rabobank in de sector. Een persoonlijke uitdaging haalt ze uit het dichter bij elkaar brengen van businesscases van klanten en de financiële mogelijkheden die Rabobank biedt. In het bijzonder op het gebied van duurzaamheid en business model innovatie. Voor Rabobank is duurzaamheid een van de speerpunten bij zowel vastgoedfinancieringen als de financiering van bouwprojecten

Geef een reactie