Aan zet in de wijk

Het verduurzamen is nu vooral verschoven naar de wijken. Gemeentes zijn aan zet om de diverse partijen in de wijk in beweging te krijgen via RES plannen en warmtevisies. Maar gemeenten hebben zelf nauwelijks bezit. Corporaties, maar juist ook de particulier moeten stappen gaan ondernemen en de vraag is wie is aan zet?

Wie gaat die 5 miljoen eigenaar-bewoners in beweging brengen om daadwerkelijk hun woningen te verduurzamen? Reclamecampagnes zoals ‘kijk wat jij kan doen‘  proberen het breder duurzaamheidsgevoel aan te zwengelen. Maar ze blijven abstract en laten nog geen pasklare antwoorden zien. Mensen komen echter pas in beweging wanneer het concreet wordt en duidelijk is wat het gaat kosten en wat het oplevert. De landelijke overheid kan hierin ook maar een beperkte rol spelen via subsidieregelingen en landelijke campagnes. De concrete maatregelen moeten op lokaal niveau worden geïnitieerd, dicht bij de mensen.  Je merkt echter dat lokale overheden dit niet gewend zijn. Er worden visies opgesteld, plannen gemaakt en er worden richtingen verkend. Maar zodra het concreet moet worden om mensen oplossingen aan te bieden of samen te  gaan werken met partijen, dan is het ‘aan de markt’ om daar met oplossingen voor te komen.

 

Aan de markt
Maar voordat die ‘markt’ concreet met oplossingen kan komen is er voorwerk nodig. Een voorinvestering om een aanbod te ontwikkelen of om een proces in te richten. Dat is een stap die niet op voorhand door de markt ingevuld of gefinancierd wordt. Immers het is nog maar de vraag of jij als ondernemer daar baat bij hebt.  Maar gemeentes en provincies willen (of kunnen) hier geen rol in spelen. Ze hebben hier geen budget voor, zijn gebonden aan allerlei regels omtrent inkoop, concurrentiepositie en natuurlijk hun politieke standpunten. De plannen blijven daarmee plannen.

Het gevolg is dat er wel diverse initiatieven genomen worden voor de verkenning van de mogelijkheden, maar die leiden niet tot daadwerkelijk doen. Daadwerkelijk kijken welke woningen geschikt zijn voor verbetering, daadwerkelijk bewoners benaderen met een voorstel en daadwerkelijk tot actie overgaan blijft achterwege.

Van plannen naar actie
Het is dagelijks in het nieuws dat dat we zo de klimaatdoelstellingen niet gaan halen.  Dat vraagt om bewuste toezeggingen vanuit lokale overheden, en dat is lastig. Men vestigt nu de hoop op de proeftuinen aardgasvrije wijken die daar verandering in moeten brengen. Ze moeten de experimenteerruimte bieden om het voorwerk te doen, om van plannen naar uitvoering te komen. Samen met de bewoners, eigenaren en beheerders in die wijk. Dat is in ieder geval niet ‘aan de markt over laten’, maar dat is samen zoeken naar een manier om die ene wijk aardgasvrij te maken, en vervolgens wel doorkijken of je de kennis die je daarbij opdoet kunt gebruiken in de volgende wijk. Hopelijk dat de markt dan in beweging komt en hier verder op inspeelt en doorontwikkelde oplossingen aanbiedt, waar bewoners (huur en koop) daadwerkelijk uit kunnen kiezen.


Over de auteur: Haico van Nunen

Haico van Nunen is als adviseur werkzaam bij BouwhulpGroep. De bestaande bouw is hierbij het werkterrein, van individuele woning tot gehele voorraad, van proces tot aan techniek. Daarnaast is hij Lector aan de Hogeschool Rotterdam met als onderzoekslijn 'Duurzame Renovatie' . Het thema duurzaamheid is de rode draad in dit alles. Aan de ene kant gaat dat in op energie en energiegebruik aan de andere kant gaat het daarbij ook over materialen. Maar alles vanuit het perspectief van de gebruiker. (https://www.hogeschoolrotterdam.nl/globalassets/documenten/onderzoek/projecten/kc-dhs/ol_haico-van-nunen.pdf) In zijn proefschrift ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building’ wordt levensduur als een van de belangrijkste aspecten omschreven om duurzaamheid van de gebouwde omgeving inzichtelijk te maken. Dit is uitgewerkt onder de noemer levensduur-denken met als boodschap dat woningen lang mee gaan en dat er gedurende de levensduur van de woning ingrepen nodig zijn om de kwaliteit op peil te houden. In het onderling afstemmen van deze ingrepen (onderhoud, woningverbetering en energiebesparing), ligt de uitdaging van de bestaande bouw verscholen. Hoe kunnen we dit slim, efficiënt en met kwaliteit realiseren?

Geef een reactie